In Shaar Hakavanot [Poort der Intenties] staat geschreven: „Dit is de betekenis van de Maror [bitterkruid], het is ‘dood’ in Gematria. Daarom moet hij bitterheid proeven, maar als hij het doorslikt, vervult hij zijn plicht niet… (Rabash, What Is, If He Swallows the Bitter Herb, He Will Not Come Out, in the Work? (Wat is, als hij het bittere kruid doorslikt, doet hij zijn Werk niet)
Er zijn drie staten in het universum. De eerste staat is het niveau van Oneindigheid (Ein Sof) dat de zielen bevat, voordat zij de directe controle van de Schepper verlaten. Dit niveau is zoals Hij het heeft geschapen; Hij geeft aan alles de eigenschappen van volmaaktheid en eeuwigheid. Zoals Hij is, zo zijn zij.
Dit wordt echter door Hem voortgezet. Daarom ervaren zielen die de Schepper waarnemen wat “schaamte” wordt genoemd.
Zij moeten van deze schaamte bevrijd worden en daarom in een staat gebracht worden, waarin ze niet langer alleen maar van Hem ontvangen – zoals een foetus in de baarmoeder, in volmaaktheid, dankzij Zijn inspanningen – maar hun eigen niveau, hun eigen gevoel, hun eigen bewustzijn verwerven, zodat ze werkelijk zullen opstijgen naar het niveau van de Schepper, in eigenschappen gelijkvormig aan Hem worden en niet door Hem gedwongen worden.
Dan dient de tweede staat zich aan, de staat van werk en inspanning, waarin we door het proces van correctie gaan en het plaatsen van Kelim, om de eerste staat in zijn totaliteit te ervaren. We verlangen er zelf naar en verwerven het, het is van ons. Als dit gebeurt, verandert de tweede staat in de derde.
Daarom mag Maror (bitterkruid) niet worden doorgeslikt, maar moet erop gekauwd worden. Volgens onze Pesach-wetten is hiervoor een bepaalde tijd, een bepaalde maat, uitgetrokken.
En dan, als we er goed op hebben “gekauwd”, als we door alle eigenschappen van het ontvangen zijn heengegaan in relatie tot het verlangen van de Schepper om te geven, als we hebben begrepen wat onze natuur is en vervolgens het gebruiken van de intentie om te geven hebben bereikt, namelijk – zoals men zegt – de Maror hebben “doorgeslikt”, dan komen we werkelijk tevoorschijn door het werk van het verwerven van nieuwe kelim (vaten) en verdienen we het om “uit Egypte te komen”.
In het werk zijn er drie speciale fasen: geloof, gebed en inspanningen (in het Hebreeuws: “Emuna” “Tefila” “Igiya,” het acroniem van de eerste letters is “Iti“. Dit betekent: “met Mij”.
De “plaats”, de staat die we moeten bereiken, wordt “met Mij” (“Iti“) genoemd: “Hier is de plaats, [dicht bij] Mij.” Dit is de plaats van de Schepper. Je kunt deze staat “met Mij” bereiken door geloof, gebed en inspanning.
Deze stadia zijn in elke fase van ons werk aanwezig, in elke staat. Daarom is het totale proces van onze vooruitgang in de eerste plaats verdeeld in deze drie delen: geloof, gebed en inspanning.
Blog in het Engels: https://laitman.com/2026/04/why-maror-bitter-herbs-must-be-chewed/
Voor meer informatie: https://www.facebook.com/bnei.baruch.kabbalah.holland
From the Daily Kabbalah Lesson 3/28/26, Rabash, “What Is, If He Swallows the Bitter Herb, He Will Not Come Out, in the Work?”
Related Material:
Pesach, Matzah, And Bitter Herb
“If They Swallow The Bitter Herbs It Doesn’t Work Out”
Pharaoh vs the Creator
Filed under: Daily Kabbalah Lesson, Spiritual Work, Structure of the Universe | Add Comment / Ask Question →
Filed under:
Gebed, Gelijkvormigheid met de Schepper, Geloof, Geven, Intentie, Ontvangen, Spiritueel Werk
|
Add Comment/Ask Question→