Category Archives: Groepswerk

Het Centrum Van De Groep Is Een Plaats Om Alle Problemen Op Te Lossen

Dr. Michael LaitmanVraag: Denkt u dat wij al de mogelijkheid hebben om alles naar het centrum van de groep te brengen en al onze vragen daar op te lossen?

Antwoord: Als je denkt aan spirituele vooruitgang, namelijk aan de eigenschap van geven, heb je eenvoudigweg geen andere keuze. Het centrum van de groep is het vertrekpunt voor een kanaal dat ons via alle werelden naar de wereld Ein Sof (Oneindigheid) leidt. Iets anders wordt er niet aan ons gegeven.

Het centrum van de groep is een plaats waar we elkaar in evenwicht brengen. Een ieder is verschillend, maar we zijn allemaal gelijkwaardig. We helpen elkaar hoewel we allemaal anders zijn. Daarin cijferen we onszelf volkomen weg en nemen we de verlangens van de anderen in ons op om ze te verwerkelijken. Daarna presenteren we één compleet verenigd verlangen, op deze manier gaan we dit kanaal binnen waardoor we naar de wereld Ein Sof omhoog rijzen.

Vraag: Is het mogelijk om materiële vragen naar het centrum van de groep te brengen?

Antwoord: Een groep kan met allerlei soorten materiële vragen komen en proberen om ze met de vrienden op te lossen. In ieder geval zal dit veel dichterbij de waarheid zijn dan wanneer je zelf zou besluiten.

Als al je vrienden zich op een bijzonder spiritueel niveau zouden bevinden, in evenwicht met elkaar (ik spreek hier over een groep die min of meer correct is), zullen jullie op een dergelijke manier in staat zijn om de problemen in jullie leven op te lossen.

 

Verwelkom Alle Mogelijkheden Voor Vooruitgang

Dr. Michael LaitmanVraag: Om ervoor te zorgen dat onze vraag naar spiritualiteit juist is, moeten we bij deze vraag onze verbinding insluiten, het feit dat we ons wegcijferen voor elkaar en ook de hele wereld waaraan wij onze verbinding doorgeven. Wat hebben wij vooral nodig, waar moeten we ons op focussen, is dat onze innerlijke strijd?

Antwoord: Er is geen strijd nodig. We moeten elkaar altijd versterken, want we bevinden ons in een integraal, eeuwig systeem.

We moeten in een staat van eenheid leven, dan zullen we begrijpen dat wij ons daarin voortdurend bevinden, dat wij eeuwig en perfect zijn! Al het overige is losgeraakt, beschadigd en vergaat, het scheidt ons van de eeuwigheid, van de perfecte verbinding tussen ons. Probeer jezelf voor te stellen waar de eeuwigheid en de heelheid zich bevinden, waar ons bestaan is en waarom dat anders is, dan zul je zien dat het over twee parallel lopende bestaansniveaus gaat. Het heeft geen zin om een val te maken naar het lagere niveau.

Vraag: Maar als ik niet voortdurend aanval, is het duidelijk dat ik verlies.

Antwoord: Doe geen aanval. Het is niet nodig om de Klipot (onzuivere krachten) aan te vallen, je hoeft alleen maar te begrijpen dat zij komen voor jouw ontwikkeling. Dat kun je een aanval noemen als je dat gemakkelijker vindt.

Later ga je van de Klipot houden, je zegent zowel het kwade als het goede, want het is allemaal nodig voor je om verder te komen. En zelfs meer, al deze verstoringen vormen de motor voor je vooruitgang.

Vraag: Hieruit volgt dan dat wij onszelf vooruitduwen door de verstoringen.

Antwoord: Absoluut! Want hieruit bestaat al ons materiaal! Je ontdekt er steeds meer van. Stel je voor dat je intellect en je verlangen vele keren groter worden, als je ze op de juiste manier gebruikt, nemen de krachten in jou ook toe. En zo groei je.

In onze wereld groeit een kind omdat het voedsel accepteert en verteert. Dit heel ingewikkelde proces is ook gebouwd op de problemen om te werken met wat voor hem heel onnatuurlijk is.

 

Hoe Kan Ik Meten Hoe Dicht Ik Bij De Leraar Sta?

Dr. Michael LaitmanVraag: Een student denkt misschien dat hij dichtbij de leraar staat, maar misschien is dat niet waar en het kan ook andersom zijn, dat iemand denkt dat hij ver van de leraar af staat maar dat hij hem eigenlijk nabij is. Hoe kunnen we dat meten?

Antwoord: We meten dat niet vanuit wat een student daarvan denkt, maar vanuit de mogelijkheden die hij had om zich tegen zijn wil in ondergeschikt te maken en vanuit de inspanningen die hij daarvoor geleverd heeft. Nabijheid wordt, evenals andere dingen, gemeten naar de inspanning die we boven ons ego uit leveren. We kunnen de dingen alleen vaststellen via ons ego. De maat wordt bepaald door hoeveel ik bezit: hoe ik mijn verlangens ter hand kan nemen en ze weeg zoals gewichten op een schaal. Alles is afhankelijk van het wegcijferen van jezelf. Verwacht niet dat je een of ander statisch systeem bereikt dat op een keer gestabiliseerd is en dan blijft bestaan. Wij hebben voortdurend werk te doen, het gaat door, in drie staten: overgave, differentiatie en matiging, dit is het voortdurende werk van de lagere ten opzichte van de hogere, van een mens ten aanzien van de groep en van een groep ten aanzien van de leraar.

Vraag: Is het waar dat als het iemand niet lukt om zich met de leraar te verbinden tijdens het leven van de leraar, het voor die mens heel moeilijk zal zijn om zich later met hem te verbinden?

Antwoord: Ik denk niet dat het ook maar enigszins mogelijk is om dat later te doen. Probeer eens om je nu te verbinden met Baal HaSulam of met een andere grote Kabbalist! Deze wereld is geschapen om het voor ons mogelijk te maken om een fysieke verbinding te bereiken, zodat wij de hogere enigszins zullen kunnen waarnemen. Als wij geen fysiek contact met de hogere hebben, hoe kunnen wij ons dan vasthouden aan Hem? Nu heb je ogenschijnlijk de fysieke vorm van de leraar voor je, een fysiek beeld waarmee je in contact kunt komen. Je kunt je al verbinden met dit beeld, aan hem geven en hem dienen. Op die manier verkrijg je een plaats bij hem, al naargelang je inspanningen. Er staat geschreven dat als de bruidegom een belangrijk man is en hij van zijn bruid een ring cadeau krijgt, het is alsof hij die ring aan haar gegeven heeft. Als je werkelijk wilt dienen en geven, voel je dat je ontvangt. Dezelfde verhoudingen moeten er zijn tussen de vrienden en iedereen moet zich zo voelen met betrekking tot de anderen.

Vraag: Wanneer verbind ik me met de leraar, is dit voor of na de Machsom (barrière)

Antwoord: Je zult niet over de Machsom komen als je jezelf niet wegcijfert voor de leraar. Wij zijn hier om een systeem te bouwen dat boven de Machsom vorm zal krijgen. Als dit systeem niet bestaat uit de relaties die boven de Machsom noodzakelijk zijn, hoe zou je dan over de Machsom kunnen gaan? Je komt niet over de grens van de spirituele wereld door er langs te lopen, maar door middel van onze onderlinge verbindingen, door de Machsom te overwinnen die ons van elkaar scheidt.

From the 1st part of the Daily Kabbalah Lesson 2/27/14, Topic of Lesson: “Teacher”

 

Een Cement Mixer

Dr. Michael LaitmanHet fundament van de groep is de dagelijkse ochtendles. Iemand die daar niet bij is, in ieder geval gedurende de tijden die voor hem geschikt zijn, kan eenvoudig niet met mij verbonden zijn. En verder moet de les een voortgaande actie worden waarbij wij allemaal door elkaar “gemixt” worden zodat wij onszelf gaan zien als één geheel en daarbij het Licht verwachten dat zich tussen ons zal openen.

De les moet heel moeilijk zijn, alsof je in een cement mixer zit waarin je deze hele massa door elkaar moet mengen, zand, cement en water worden vermengd totdat alles totaal met elkaar verbonden is. We moeten voelen dat de les zich op die manier ontwikkelt, met veel moeilijkheden en veel inspanning. Als een mens deze moeilijkheid niet voelt en zich er tegen verzet, bouwt hij de Kli niet, hij trekt het Licht niet aan. Deze inspanning moet innerlijk voortdurend gevoeld worden, de spanning en de druk.

Zich hechten aan de Rav, aan de Elyon (Hogere), betekent niet dat je je hecht aan de een of andere mens. De Elyon is geen mens, het is een concept, want in deze mens wordt de verbinding aangetrokken tot iets wat Hoger is. Daarom moet ik het volgende verhelderen:

  • Waarom werd hij gekozen om ten aanzien van mij de Elyon te zijn?
  • Wat betekent deze term ‘Elyon’ waaraan ik mij moet hechten nu precies?
  • En hoe zal ik door middel van deze uiterlijke vorm van hechting – waardoor ik mij hecht aan de Elyon – innerlijke verbondenheid met Hem bereiken?

From the 1st part of the Daily Kabbalah Lesson 2/27/14, Topic of Lesson: “Teacher”

 

Een Groot Verlangen Betekent Een Grote Intentie

Dr. Michael LaitmanBaal HaSulam ‘Introductie tot Het Boek de Zohar’, item 65: Het is jullie al bekend dat er een omgekeerde relatie is tussen Lichten en Kelim (vaten): in de Kelim groeien de Hogere eerst (zie item 62), daarom waren de eerste vollediger – in het praktische gedeelte – dan de laatste. Maar met betrekking tot de Lichten – waar de lagere het eerst binnenkomen – zijn de laatste vollediger dan de eerste.

Vraag: Wat wordt er bedoeld met het ‘praktische gedeelte’? Worden hier de praktische Mitzvot (geboden) mee bedoeld?

Antwoord: Dit zijn Mitzvot die wij onder elkaar vervullen op het fysieke niveau, want onze intenties zijn nog niet voldoende onthuld. Ons verlangen is nog niet diep genoeg.

Dit is ook typerend voor de evolutie van de mensheid. Door de tijd heen gaan we langzamerhand over van fysiek werk naar mentaal werk, naar fijnere gebieden, het kan fijnmechanica zijn, nanotechnologie, biologie, enz.

Dit is reeds het werk van de zware Kelim die een grote Aviut (grofheid) van verlangen hebben. Als je er weerstand tegen biedt, is er een grote variëteit van Lichten die overeenstemmen met de huidige diepten van je ego. Je gaat met de Lichten werken, met de intenties, met de delicate maar sterke Kelim, zoals een laserstraal werkt in plaats van handgereedschap. Zelfs de gedachte wordt een middel waardoor wij de wereld kunnen veranderen, wij zijn daar al dichtbij.

Eerder, toen we nog een klein verlangen hadden, konden we het innerlijke deel van de wereld niet binnendringen en alle componenten daarvan niet ontdekken. Zonder een grote neiging tot het kwaad zouden wij er geen verdeling in kunnen aanbrengen, niet kunnen classificeren en ordenen.

We hebben het praktische werk en het werk in onze intentie: het eerstgenoemde is altijd in GE en het laatstgenoemde in AHP. Zolang de Kelim puur zijn – op het niveau van Aviut in de fase van de oorsprong, fase één en twee – brengen onze handelingen ons voordeel. Anders gezegd: in deze staat wordt de intentie een handeling genoemd. Er staat geschreven: “Doe alles wat binnen je vermogen ligt.”

Een dergelijke actie wordt niet met de hand (fysiek) uitgeoefend, maar de intentie is klein. Bovendien wordt zo’n handeling niet ondersteund door de grote grofheid van het verlangen en niet uitgevoerd boven de weerstand uit. Ik vorm nog geen intentie die tegengesteld is aan wat zojuist in mij is onthuld.

Anderzijds bevindt de werkelijke intentie zich bovenop het sterkste verlangen op het derde en vierde niveau van Aviut. Daar is het ego verborgen, het ego waartegen ik moet werken. Het is niet meer iets kleins. Als een klein kind zijn moeder gehoorzaamt – zelfs als het dat niet wil – wel, dat kan gebeuren, maar als je zoiets aan een 15-jarige jongen, die zich al volwassen genoeg voelt, vraagt en hij zijn grootste innerlijke weerstand overwint, gaat het over iets heel anders. Dit is het verschil tussen een actie en een intentie en dit heeft zowel met de positieve Mitzvot te maken (dingen die je moet doen) als met de negatieve Mitzvot (dingen die je niet moet doen).

Vraag: Wat zijn in dit opzicht de fysieke handelingen die we in de groep uitvoeren: taken, enz.?

Antwoord: Deze handelingen worden ook op basis van de intentie beoordeeld. Er staat geschreven dat Mitzvot geen intentie nodig hebben, waarmee de juiste intentie om te geven wordt bedoeld. Maar alles wordt toch beoordeeld op basis van de intentie, zelfs als het voorlopig nog een egoïstische intentie is, maar wel gericht op het Doel.

“Ik wil de Schepper bereiken.”

“Wat betekent dat?”

“Dat weet ik niet, goed zijn.”

“Maar goed zijn betekent om te kunnen geven.”

“Dan wil ik handelen om te kunnen geven!”

De waarheid is dat ik geen idee heb van wat geven is,  ik zeg alleen dat ik het wil, maar dat is niet voldoende om deel van de correctie uit te maken.

From the 2nd part of the Daily Kabbalah Lesson 2/27/14, Writings of Baal HaSulam

 

Een Stabiele Basis Voor De Groep

Dr. Michael LaitmanVraag: Hoe moet de groep aan de onderlinge verbinding werken om heel nauw verbonden te zijn met de leraar en niet toe te staan dat externe virussen de hele groep ergens naar één kant trekken?

Antwoord: De groep moet de methode van correctie op het spirituele pad van de leraar leren, maar moet het met elkaar realiseren. De verbinding tussen de vrienden moet iedereen zoveel kracht geven, zo’n stevige basis, dat men ook bereid is om zichzelf op de plaats te houden zonder de leraar. Zij hebben de leraar alleen nodig om zich voortdurend in de goede richting te kunnen ontwikkelen.

Maar op het niveau dat al bereikt is, moet er in de groep al zo’n onderlinge verbinding zijn dat het een stabiele basis creëert, zodat zij niemand nodig hebben. In de onderlinge verbinding ontdekken zij de Schepper en op deze manier komen ze verder.

From the 1st part of the Daily Kabbalah Lesson 2/27/14, Topic of Lesson: “Teacher”

 

Een Gecorrigeerd Verlangen Naar Beïnvloeding

Dr. Michael LaitmanVraag: Wat moet ik doen als ik mijn vrienden wil beïnvloeden en ik hetzelfde verlangen in anderen zie? Hoe breng ik dit verlangen over ten dienste van het Doel en de groep?

Antwoord: Als je als een vader en een moeder voor de vrienden wilt zijn, heb je voortdurend zorg voor hen, net zoals voor kinderen. Beïnvloed ze alsjeblieft zoals je dat met kleine kinderen doet, maar op één voorwaarde: handel uitsluitend ten goede voor de kleintjes, zodat je gedachten, daden en verlangens bepaald worden door hun verlangens, behoeften en door wat zij missen.

Zij zijn je hoofd en je doet wat zij verlangen. Dit betekent Abba ve Ima zijn (Vader en Moeder). Dus alsjeblieft, wees zorgzaam.

From the 2nd part of the Daily Kabbalah Lesson 02.14.14, Writings of Rabash

 

Waaruit Bestaan De Seconden, Uren En Jaren Van Het Spirituele Leven?

Dr. Michael LaitmanWij zijn het resultaat van het breken van de kelim (vaten) en wij komen voort uit zulke lage egoïstische krachten, zij maken zelfs geen deel uit van de spirituele wereld, want ten aanzien van die krachten is er geen gecorrigeerde staat aanwezig.

Dus als een mens in wie het punt in het hart ontwaakt is bij een groep komt en daarin aan het werk gaat, ontdekt hij dat hij dit soort werk absoluut niet kan accepteren. Dan wordt het werkelijke verlangen in hem wakker, namelijk het verlangen dat om correctie vraagt.

Het simpele verlangen om in deze wereld te willen genieten, wordt geen ego genoemd, want het komt voort uit onze fysieke aard. Maar als een mens voelt in welke mate hij de verbinding niet kan accepteren, is dat nu juist een onthulling van het ego die hij moet corrigeren en moet transformeren tot verbinding met anderen. Een mens bereikt namelijk de juiste verbinding met de Schepper door middel van de juiste verbinding met de vrienden.

Wanneer hij zich gaat verbinden met anderen, voelt hij plotseling innerlijke weerstand. Het ego gaat samen met verschillende gevoelens die in een mens wakker geroepen worden en hij voelt afkeer en zelfs haat tegen verbinding. Maar hij begrijpt niet waarom dit plotseling gebeurt.

Hij accepteert dit niet en hij wil net zo zijn als de anderen. Soms vergeet hij het en geeft hij gewoon toe aan de overheersing van de negatieve gevoelens, aan de afkeer die hij voelt. Hij haat de anderen zo erg dat hij een uitvlucht zoekt en ophoudt met de studie, later komt hij weer terug.

De weerstand tegen de verbinding is een uiting van het egoïstische verlangen dat in een mens groeit, het wordt ‘moeder’ genoemd, het hogere niveau. Boven deze weerstand uit moet een mens zich met de vrienden verbinden en de anderen aanmoedigen door de grootheid van de Schepper te benadrukken, van de leraar, de studie, de groep en de disseminatie. Dit zijn de middelen die een mens tot hulp kunnen zijn om aan het spirituele werk vast te houden.

Als hij niet slechter wil zijn dan de anderen, ontdekt hij dat hij er niet toe in staat is, en zo geeft hij – na een lange strijd – toe dat hij zonder de hulp van de Schepper niet kan veranderen. Door de inspanningen die hij geleverd heeft, komt hij tot deze conclusie. Elk detail vereist grote inspanningen, daarom staat er geschreven dat een mens alles moet doen wat in zijn vermogen ligt.

Dan realiseert een mens zich dat de afkeer die hij voelt na alle grote inspanningen die hij gedaan heeft om zich met anderen te verbinden een uiting is van zijn neiging tot het kwaad en dat hij zich tot de Schepper moet wenden om dit te corrigeren. Het hele spel is zo opgezet dat hij de hulp van de Schepper nodig heeft.

Dan zoekt hij naar de mogelijkheid om de Schepper om hulp te vragen en hij ontdekt dat hij geen verbinding met Hem heeft, dat hij dit steeds vergeet en dat hij die verbinding eigenlijk helemaal niet nodig heeft. Zijn verlangen is nog niet sterk genoeg en daardoor komt deze vraag nog niet met kracht in hem naar boven. Hij moet gevend zijn in zijn omgeving zodat hij daardoor de behoefte zal krijgen om zich tot de Schepper te wenden.

Op deze manier creëert hij langzamerhand een vorm in een vorm en ontstaat de juiste houding ten opzichte van de groep, de studie, de leraar en de Schepper, zodat al deze componenten elkaar tot steun zijn en het Omringende Licht in hem al de juiste hulpvraag creëert waardoor de Schepper geactiveerd kan worden en de mens er bij Hem op aandringt om aan hem zijn eerste spirituele vorm te geven.

Deze vorm noemen we een spiritueel embryo en ook ‘de zoon’ met betrekking tot de moeder. Een mens gaat voelen dat hij een verandering heeft ondergaan en dat zijn verlangen om te ontvangen is veranderd in een verlangen om te geven, een spiritueel verlangen.

Wat is de essentie van deze verandering? Het verlangen om te genieten blijft hetzelfde, maar de intentie verandert van een intentie om te ontvangen in een intentie om te geven. Plotseling gebeurt er iets in een mens en het enige wat voor hem telt, is zijn zorg voor de Schepper. De Schepper wordt belangrijker voor hem dan al het overige wat bestaat en hij begint alleen aan het belang van de Schepper te denken.

Dit is het doel van de mens in dit leven, hij moet het bereiken tijdens zijn korte verblijf in deze wereld. Deze wereld is zo geschapen dat de verbinding van een mens met de Schepper hernieuwd en voltooid zal worden met de hulp van ieder individu. Door alle verbindingen samen te voegen, de punten in het hart en de middelen om verbinding te maken met de Schepper, heft een mens zijn spirituele embryo omhoog totdat het rijp genoeg is en in de spirituele wereld geboren wordt.

Na die geboorte gaat hij door met het verzamelen van de contacten die hij met de Schepper bereikt, deze vermeerderen zich tot seconden, uren, dagen, weken, maanden en jaren van zijn spirituele leven. Zo groeit hij op van een jongetje tot een jongeman en daarna tot een volwassene, totdat hij de schepping van zijn gehele spirituele Partzuf voltooid heeft. Een mens moet zich ervoor inzetten om dit werk te voltooien gedurende de tijd dat hij in deze wereld leeft. Dit betekent dat hij voortdurend werkt aan zijn eigen vorm en aan de vorm van de Schepper als zijn moeder, zo zal de vorm van de Schepper in hem geprent worden.

In feite bestaat er maar één vorm: de vorm van de Schepper samen met de vorm van de mens, nauw met elkaar verbonden. Zij hebben ieder geen individuele vorm, de vorm ontstaat alleen als resultaat van hun onderlinge verbinding

From the Preparation to the Daily Kabbalah Lesson 2/18/14

 

Eén Verhit Debat

Dr. Michael LaitmanVraag: Hoe kan de groep het individu helpen om het unieke van de Hogere Kracht te zien als er veel meningen in de groep zijn en iedereen de leraar op een verschillende manier begrijpt, als het moeilijk is om tot overeenstemming te komen, zelfs over de belangrijkste waarden?

Antwoord: Jullie hebben allemaal over de Talmoed gehoord, maar niet iedereen weet dat het een Kabbalistisch boek is waarin heel gedetailleerd de verschillende wetten worden uitgelegd waaraan een mens zich moet houden om verbinding met de Schepper te krijgen. Dit boek is door grote Kabbalisten geschreven in de vorm van debatten en discussies. De één zegt dit en de ander zegt dat, alsof tien mensen bijeen zitten in één kamer en zij onophoudelijk met elkaar redetwisten.

Maar iemand die het studiemateriaal kent, begrijpt dat zij allemaal over hetzelfde spreken en dat zij allemaal spiritualiteit bereikt hebben. Ieder van hen spreekt echter vanuit zijn eigen natuur. In onze natuur zijn er minstens tien posities van waaruit we naar hetzelfde kunnen kijken en zo ziet een ieder dus hetzelfde concept op een individuele wijze. Het gaat hier niet zomaar over een debat over wie gelijk heeft maar over wederzijdse vermenging, een combinatie van alle opvattingen. Het resultaat van deze studie is een grotere verbinding, hoewel het lijkt alsof zij met elkaar redetwisten. Als resultaat van deze verbinding, bereiken zij eenheid.

Natuurlijk zul je altijd voelen dat je van elkaar verschilt in de groep. Als je dit accepteert, wil dat zeggen dat je niet denkt en voelt waarover je precies redetwist, want ieder mens is verschillend. Er wordt niet voor niets gezegd: “Het gezicht van ieder mens is anders, zo ook de meningen.” Hier kunnen we niets aan doen.

Maar is het wenselijk dat iedereen hetzelfde denkt? Wat beïnvloedt hen dan? Dan is het alsof we het hebben over schroeven of stenen die allemaal identiek zijn en niet over menselijke wezens. Ieder mens moet uniek zijn. Hoe meer een mens ontwikkeld is, hoe meer hij van anderen verschilt. Wij moeten ons boven alle verschillen met elkaar verbinden, want juist dankzij onze verbinding boven de verschillen uit, bereiken we eenheid. Het gaat over de manier waarop een ieder een karakteristieke eigenschap tot uitdrukking brengt, en als ze alle met elkaar verbonden zijn, vormen we het alomvattende collectieve ene. Dit ‘ene’ bestaat niet op zich, wij moeten het bouwen. Dit is de oorzaak van het breken van de kelim (vaten). Er bestond geen gevoel van het ene in de wereld van Ein Sof (Oneindigheid). Niemand kon dit ene voelen. Maar toen de werelden vielen na de breking en in deze wereld terechtkwamen, bleek iedereen van elkaar te verschillen. Dankzij het feit dat we allemaal verschillend zijn, maar we ons boven de verschillen uit met elkaar verbinden, beginnen we het concept van het ene te vormen dat op zichzelf niet bestaat.

Het is dus alleen maar natuurlijk, juist en goed dat er debatten in de groep zijn. De vraag is hoe we ermee omgaan en of we ze gebruiken om eenheid met elkaar te bereiken. In onze eenheid ontdekken we het unieke van de Hogere Kracht die Eén is.

From the Preparation to the Daily Kabbalah Lesson 2/14/14

 

Op Een Nieuw Niveau

Dr. Michael LaitmanVraag: Wat moet er na de conventies op kwalitatief gebied veranderen in het groepswerk en in het disseminatiewerk? Wij verwachten een nieuw niveau, maar we voelen het nog niet. Wat is die staat, van u uit gezien?

Antwoord: Nu we meer met elkaar verbonden zijn, gaan we elkaar beter begrijpen en gaan we de vrienden die zich in verschillende delen van de wereld bevinden, ervaren als één verenigde groep. We worden zelfs met elkaar ziek, maar dit wordt allemaal door Boven bestuurd en het zal ons voordeel brengen. We zullen alleen maar gezonder worden.

Omdat we nu sterker met elkaar verbonden zijn, is onze collectieve intensiteit verzevenvoudigd en daardoor begrijpen we het studiemateriaal op een dieper niveau, zelfs De Studie van de Tien Sefirot, de spirituele wetten. Dit zal plotseling dichter bij ons komen te staan.

We zien hoe een kind, waaraan we een telefoon geven of een computer, daar ogenschijnlijk zonder er iets vanaf te weten mee speelt en tot onze verbazing op de goede manier op alle knopjes drukt. Hoe weet hij op welke knopjes hij moet drukken? Dat komt omdat hij al voor dit niveau geschapen is en wij kunnen dit niet omdat wij geschapen zijn voor de voorgaande generatie.

Daarom maken wij onmiddellijk een sprong naar het volgende niveau als wij ons met elkaar verbinden en alles waar Kabbalah over spreekt wordt dan veel vertrouwder en werkelijker voor ons.

Daarnaast zal ik – in overeenstemming met de vooruitgang die we hebben bereikt – lessen op een hoger niveau geven. En bovendien zal ik focussen op wat ik voel en op groepen die verder zijn dan andere groepen door de inspanningen die zij verrichten.