Category Archives: Groepswerk

In Confrontatie Met Het Ego

Dr. Michael LaitmanVraag: Hoe kunnen we de daden van de Schepper steeds vóór zijn en krachtiger worden met betrekking tot het ego, zodat wij enerzijds niet het slachtoffer worden van de verraderlijke plannen van het ego en anderzijds ontvankelijk zijn voor de aanwijzingen van de Schepper?

Antwoord: Denk in geen enkele situatie na over het ego, niet hoe je er wel of niet aan toegeeft. Al dit soort spelletjes met het ego helpen niets. Het ego is veel slimmer dan jij en ieder ander.

Het egoïsme is buitengewoon krachtig van aard en volledig tegengesteld aan de Schepper, in intensiteit is het gelijk aan Hem. Het hele egoïstische systeem werd door het Licht geschapen, dat het verlangen binnenkwam. Het vormde de aard ervan en alle eigenschappen in alle denkbare vormen. Dus tegen het ego strijden zal je nooit lukken! Je kunt er alleen maar bovenuit stijgen en het verlangen koesteren om gelijkvormig te worden aan het Licht dat zal helpen! De confrontatie met het ego aangaan is een hopeloze zaak.

Je hoeft er geen aandacht aan te besteden! Verlang er uitsluitend naar om verder te komen! Wacht niet tot je vooruit geduwd wordt door het ego.

Vraag: Wat moet je doen als je er steeds aan denkt en tenslotte zowel het ego als de Schepper vergeet?

Antwoord: Dat komt omdat er geen verbinding met de groep is en de omgeving je niet helpt om vooruit te komen.

Het gaat hier over een heel eenvoudig systeem van krachten. Vanaf het begin is er aan jou een punt gegeven waarop je kunt steunen, er is aan jou een richting gegeven en je wordt steeds aangespoord. Er staat geschreven dat de Schepper je hand op de goede lotsbestemming legt en tegen je zegt: “Kies dit.” Dan is het aan jou om te kiezen.

Baal HaSulam schrijft, dat er tegen zo iemand voortdurend gezegd wordt dat hij een omgeving voor zichzelf moet kiezen die steeds sterker wordt, één die je krachtig maakt, waarin je niet zult vallen en het Doel niet zult vergeten.

De keuze voor een krachtige omgeving is uitsluitend afhankelijk van hoeveel jij erin investeert. Je hoeft geen andere mensen te kiezen, maar je moet meer in hen investeren, dan zul je van hen een grotere invloed voelen. Dit is de betekenis van het keuzemoment voor de nieuwe omgeving. Het gaat niet over gezichten van mensen, maar over de mate waarin jij van hen de hogere energie kunt opnemen die in hen aanwezig is, waar zij zelf niet eens weet van hebben.

Als dit je niet lukt is dat een teken dat je ernaar moet verlangen om dit te bereiken. Dit is het enige wat je kunt doen. Alleen dit is het werk waar het om gaat.

From the Kharkov Convention “Uniting to Ascend” 8/16/12, Preliminary Lesson

Je Ontvangt Waar Je Om Vraagt

Dr. Michael LaitmanVraag: Wat kan mij helpen bij het lezen van De Zohar om het punt in het hart van mijn vrienden te zien?

Antwoord: Vraag erom! Je kunt De Zohar met een stopcontact in een muur vergelijken: als je wilt kun je met de elektriciteit iets warm maken of koel houden, stop de stekker erin. Het is energie. De Zohar is het pure Licht. Jij besluit hoe je er gebruik van maakt.

From the 2nd part of the Daily Kabbalah Lesson 8/7/12, The Zohar

En Wat Zou Je Doen In Het Paleis Van De Koning?

Dr. Michael LaitmanOm een mens naar het bereiken van de werkelijke realiteit te brengen, namelijk buiten de beperkingen van zijn waarneming, zijn begrip en zijn gewone gevoelens, leidt de Schepper ons door een ontwikkelingsproces heen dat trapsgewijs verloopt. Op deze manier hebben we, nu we in deze wereld leven, de mogelijkheid om ons voor te bereiden op het ervaren van de werkelijke realiteit. Als wij ons daarop voorbereiden zullen wij – volgens het scheppingsplan dat aan ons werkt en dat ons dichter bij deze werkelijke realiteit brengt – uiteindelijk deze werkelijkheid ontdekken, dan zullen wij namelijk de onthulling van de Schepper aan Zijn schepselen bereiken.

Maar als wij ons niet op de juiste manier voorbereiden en ons leven niet gebruiken om onze waarneming te corrigeren, maar vanuit ons ego van het leven proberen te genieten, voelen we pijn als de Schepper ons naderbij komt. Overal waar wij vanuit ons ego handelen, voelen we de grote, globale crisis en verschillende problemen op allerlei terreinen van ons leven.

Overal waar we gebruik maken van een ongecorrigeerd ego dat niet wil veranderen, voelen we de crisis: op het gebied van educatie, cultuur, economie, financiën, ecologie, in gebroken gezinnen, terrorisme en drugsgebruik. Als we kijken naar de pijnlijke plekken van onze denkbeeldige wereld en we de oorzaak proberen te ontdekken van het crisisgevoel en de pijn die we ervaren, van de bittere smaak van alle heerlijke gerechten op de tafel van de Koning, ontdekken we, dat de bittere smaak uit ons groeiende ego voortkomt.

Overal waar ons ego bij betrokken is – wat bedoeld was om gecorrigeerd te worden, maar zich daarop niet heeft voorbereid – komen we een crisis tegen en alle andere problemen die we nu in de wereld ervaren. De conclusie is dus, dat we ons moeten voorbereiden op correctie met behulp van alle mogelijkheden die we daarvoor hebben.

Als wij serieus in de groep werken, studeren en disseminatiewerk doen en gebruik maken van alle mogelijkheden die ons door de Schepper gegeven worden, ervaren we een heerlijke, zachte smaak als we dichter bij de onthulling van de Schepper komen en geen bittere smaak. Het hangt uitsluitend van onze voorbereiding af, van het werk waarin we ogenschijnlijk een vrije wil hebben.

Je bent naar de studie gebracht en naar de groep en je hebt alle uitleg gekregen over wat je moet doen, nu gaat het over jouw besluit! Je bent vrij om alles te doen wat jij vindt passen in het paleis van de Koning, maar als je vergeet dat je daar bent gekomen om je voor te bereiden op het feestmaal, zul je een afschuwelijke smaak ervaren als de maaltijd er is, want je hebt je er niet op voorbereid. Alles is dus in jouw handen en alles hangt af van de voorbereiding.

From the 1st part of the Daily Kabbalah Lesson 7/13/12, Writings of Baal HaSulam 

De Innerlijke Vijand

Dr. Michael LaitmanVraag: Als iemand onze lessen heeft gevolgd, maar nog tegen verbinding is, kunnen we dat de ‘neiging tot het kwaad’ noemen?

Antwoord: Nee. Nadat ik een aantal lessen heb gevolgd, begrijp ik nog niet, dat de weerstand die ik naar de groep voel het kwaad is. Als ik deze weerstand accepteer, heb ik de neiging tot het kwaad nog niet in mezelf ontdekt.

Het gaat erom dat ik de neiging tot het kwaad zie in dit negatieve verlangen. Ik moet dit zelf vaststellen en het niet alleen maar van iemand horen. Ik moet voelen dat deze eigenschap mij schade toebrengt, omdat ik daardoor geen toegang heb tot spiritualiteit en het Doel niet kan bereiken. Juist deze eigenschap staat mij in de weg en als ik dit niet overwin, als ik mij niet met de groep verbind, heb ik geen enkele kans.

Ik moet nu inzien dat de neiging tot het kwaad mijn weg blokkeert. Ik denk dat ik daardoor verbinding kan maken, maar vlak daarna verwijdert dit mij van mijn vrienden. Tenslotte ben ik voortdurend afgescheiden van de groep, op enkele heel korte momenten na.

Zie ik dit als het kwaad, zoals ik het behoor te zien? Uiteindelijk moet ik zo ver komen, dat ik mijn ego niet meer kan verdragen en dat ik al het mogelijke zal doen om er vanaf te komen: “Liever dood dan zo te leven. Ik moet mijn ego doden, want het is mijn vijand.” We moeten ervaren dat het de enige vijand is die we hebben, hij verbergt zich in ons als een kankerachtige tumor, als een slang die ik moet verwijderen.

Maar als ik dat niet voel, heb ik het kwaad in mijzelf nog niet ontdekt. Dan heb ik de Torah als een ‘kruid’, als de methode voor correctie, nog niet nodig. Alleen als ik de tirannie van het kwaad ontdek, zoek ik naar een oplossing. Ik ben volledig besmet, mijn innerlijk is ervan doordrenkt en het is onmogelijk om eraan te ontsnappen. Wat moet ik nu beginnen?

Doordat ik geen keuze heb en me hulpeloos voel, begin ik me te realiseren dat er een Kracht is die mij kan helpen, die Kracht is het Licht. Het is niet langer een abstract concept. Ik voel dat Het bestaat en ik zoek naar een mogelijkheid om erom te vragen. Ik zoek naar een innerlijk gevoel dat mij in staat zal stellen om Het zó naar me toe te trekken dat Het mij zal bevrijden van het kwaad.

Dit alles komt alleen, als wij aan het praktische werk van verbinding beginnen ……

From the 4th part of the Daily Kabbalah Lesson 7/10/12, “Introduction to The Book of Zohar

Waarom Ethiek Irrelevant Is

Dr. Michael LaitmanBaal HaSulam: ‘Inleiding tot Het Boek de Zohar’, item 28: … En dan komen we bij een nieuw soort werk, om deze enorm grote wil om te ontvangen in te passen in de vorm van belangeloos geven. Dan wordt het egoïstische verlangen geheeld, omdat het nu gelijkvormigheid verkrijgt …. Slechts voor enige tijd is deze wil aan de Klipot gegeven, om gezuiverd te worden. Maar tenslotte mag het geen ander lichaam zijn.

Er is een verlangen om te ontvangen, geschapen door de Schepper. Dit is niet het verlangen, dat wij allemaal hebben, om ons animale lichaam te onderhouden, maar het is een verlangen dat zich buiten deze wereld bevindt en dat aan ons gegeven is om gecorrigeerd te worden, om onze houding naar anderen te corrigeren.

Alles wat zich buiten onze houding naar anderen bevindt, telt totaal niet mee. Ons ‘animale’ deel wordt gekarakteriseerd door verlangens naar voedsel, seks, familie, geld, respect en kennis. Wat voor vorm dit aanneemt is niet belangrijk, het gaat hier helemaal niet over.

Educatie, cultuur, ethiek en andere waarden, maken alleen deel uit van onze wereld, omdat we denken, dat de manier waarop iemand tegen dergelijke zaken aankijkt hem zal corrigeren omdat hij er een zeker belang aan hecht. Maar vanaf het begin werd er aan ons een duidelijk voorschrift gegeven: “Heb je vriend lief als jezelf”. Het is een universeel principe dat alles omvat. Dit is het enige wat wij moeten corrigeren en het enige waarop wij ons moeten richten, afgezien van alle andere verlangens. Het ‘breken van de kelim (vaten)’ heeft plaats gevonden in de houding naar anderen, juist daar ontdekken we het hogere Licht en gehechtheid door correctie.

Kabbalisten zeggen, dat wij het egoïstische verlangen, dat wij hebben in onze verhouding tot anderen, moeten ontdekken en dat we moeten erkennen, dat ik alles doe ten behoeve van mijzelf, in plaats van ten behoeve van anderen. Alles wordt beoordeeld op basis van mijn verhouding tot anderen en volgens het criterium, dat wij het verlangen om te ontvangen benoemen als de ‘neiging tot het kwaad’, zoals Kabbalisten het definiëren.

Als ik mijn energie inzet voor mijn eigenbelang en niet ten behoeve van anderen, hebben we het over de ‘neiging tot het kwaad’. Nu moet ik deze neiging veranderen in de neiging tot het goede, zodat ik dezelfde energie, hetzelfde verlangen, niet ten behoeve van mijzelf aanwend, maar ten behoeve van anderen. Waarom is dat zo? Omdat wij hierdoor de Schepper vreugde geven.

Op deze manier werk ik, ik vraag om het Licht dat Corrigeert, om de Kracht die mij corrigeert via stijgingen en dalingen. Mijn goede houding naar anderen beschouw ik nu als een ‘stijging’ en als ik mij in een ‘daling’ bevind, zie ik dat ik nog tegen geven aan anderen ben.

Ik blijf dit alles verduidelijken, totdat mijn gehele wil om te ontvangen ‘dood’ is en tot niets meer in staat. Dan kom ik, vanuit de staat waarin ik dood was, weer tot leven en bereik ik de ‘opstanding uit de doden’ en zo bereik ik Gmar Tikkun (de laatste correctie).

Alles vindt dus plaats in mijn verlangen om te ontvangen dat op anderen gericht is: op het individu, op mijn omgeving en over het geheel genomen op de Schepper. Hiervan moeten wij ons heel diep en helder bewust zijn.

From the 4th part of the Daily Kabbalah Lesson 7/9/12, “Introduction to The Book of Zohar

Met Betrekking Tot De Conventie

Dr. Michael LaitmanDit Congres ging niet alleen over vereniging met elkaar, maar ook over verdeling, tussen degenen die voldoen aan de vereisten voor de groep (systematische studie, disseminatie en Maaser) en hen die daar niet aan voldoen.

Wij moeten de staat bereiken, waarbij het centrum van de groep, de vrienden die hier het meest trouw aan zijn, zullen voldoen aan de eisen die de Schepper stelt om aan Hem gelijkvormig te worden op het eerste niveau van de 125 treden van de ladder van Zijn onthulling. Op deze manier zullen zij in staat zijn om het deel te worden van de wereldgroep van Bnei Baruch, waardoor het Licht naar de anderen stroomt. (Zie: ‘Inleiding tot Het Boek de Zohar’).

Rondom dit deel zullen zich dan andere delen vormen, zoals golven die zich verspreiden, afhankelijk van de overeenkomst met de regels voor gelijkvormigheid aan de Schepper, de eigenschap van belangeloos geven.

De regels zijn niet door mij bedacht, maar door Kabbalisten vastgesteld; wij kennen de regels goed, maar we ervaren het nog niet als noodzakelijk om ze nauwkeurig op te volgen, omdat we denken dat ze niet nodig zijn voor de onthulling van de Schepper. Nu is het voor het eerst aan ons gegeven om dit te begrijpen.

Ik verwijs hiermee naar degenen die ontevreden waren over deze eisen ten aanzien van de Schepper. Misschien zou Hij de voorwaarden van het contract voor hen wel veranderen: ‘De Wet van Gelijkvormigheid’ (met elkaar in verbinding staande spirituele kelim (vaten)/eigenschappen).

Zij die de noodzaak van deze voorwaarden erkennen kunnen kiezen waartoe zij willen behoren, tot welke cirkel: tot de centrale of de externe. In de toekomst zullen wij de voorwaarden voor elke cirkel specificeren.

Ik houd van jullie allemaal en iedereen is mij dierbaar, dit alles heeft plaatsgevonden om iedereen naar het Doel toe te trekken en de aardse verwarring op het spirituele pad weg te nemen.

Hugs,

Rav

Gelijkwaardigheid Is Niet Hetzelfde Als Gelijkheid!

Dr. Michael LaitmanVraag: Tijdens de afgelopen Conventie in het Noorden van Israel, werd onze groep in tweeën verdeeld: de ene groep, van tien mensen, zonderde zich af van de wereld op de eerste verdieping van ons centrum en voldeed voor honderd procent aan de voorwaarden van de vrienden in de Conventie. De tweede groep, van twintig à dertig mensen, die om verschillende redenen maar een gedeelte van de tijd mee konden doen, waren in een andere ruimte.

Ik was één van degenen die afgezonderd was met de andere negen, maar ik kon mijn aandacht maar op één ding richten: Hoe kon het toch gebeuren dat we in twee groepen verdeeld waren? Ik kon echter niet de moed opbrengen om deze zaak met de andere negen mensen te bespreken. De volgende vraag achtervolgde me: Wat moest ik doen? Kon ik de verdeling ter sprake brengen of zou dat tegen de eenheid van de groep in gaan, zelfs nu besloten was dat de groep in tweeën was verdeeld tijdens de Conventie? Ik denk dat het spirituele comité erop zou moeten aandringen, dat de groep onverdeeld samen blijft, ongeacht de voorwaarden.

Antwoord: Tot aan het einde van de correctie blijven er overal tegenstellingen bestaan en vooral in Kabbalah, maar in spiritualiteit worden de tegenstellingen verenigd in een gezamenlijke intentie: zij bestaan naast elkaar, hoewel ze van elkaar gescheiden zijn door de wet van gelijkvormigheid. Wij moeten dus wennen aan het feit, dat we kunnen verschillen van elkaar, maar toch samen zijn. Bovendien moeten we er niet naar streven om iedereen en alles op hetzelfde niveau te krijgen. Gelijkwaardigheid is niet hetzelfde als gelijkheid, het betekent: gelijk zijn in de intentie en dat op verschillende niveaus.

Wij verschillen allemaal van elkaar en niemand dwingt ons om hetzelfde te zijn, maar wél om naar hetzelfde Doel te verlangen. Maar iedereen streeft op een andere manier naar het Doel. We zijn verschillend, zoals de cellen in één lichaam. De Schepper verenigt ons in onze intentie naar onze gezamenlijke Schepper.

Wees steeds een voorbeeld dat nagevolgd kan worden, en zij die dat wegens objectieve oorzaken niet kunnen, zijn niet slechter dan jij, maar zij zullen dan tijdens de Conventie deel uitmaken van de subgroep, net zoals het lichaam verschillende organen heeft die in verschillende mate belangrijk zijn, toch behoren ze allemaal tot één lichaam.

Gelijkwaardigheid van de vrienden is niet hetzelfde als gelijkheid!

Stel vragen, we zullen het ontdekken.

Transformeer Angst Tot Vooruitgang

Dr. Michael LaitmanVraag: Als ik honger heb, bijvoorbeeld, moet ik mijn maag vullen. Wat moet ik beginnen als ik bang ben dat ik dat niet zou kunnen doen, als ik een gebrek aan vervulling voel?

Antwoord: De angst om honger te lijden, om ziek te worden of oud en de angst voor de dood, zijn angsten voor de ondergang van het ego. De angst om niet vervuld te kunnen worden, voor gebrek aan vervulling, bevindt zich al op een hoger niveau, maar het is nog steeds een egoïstische angst. Maar kunnen we er tegen vechten? Waarom werd deze angst aan ons gegeven?

Het is niet mogelijk om angsten te ontlopen, beginnend bij de meest basale angst voor de dood en alle andere angsten waar we ontzag voor hebben. Deze angsten worden aan ons gegeven zodat wij – door ze te ontvluchten omdat wij geen andere keus hebben en doordat we dan ontdekken dat we nergens heen kunnen vluchten en dat er geen compensatie mogelijk is – plotseling zullen beseffen: “Als ik boven deze angsten uitstijg, als ik leef in een systeem van onbaatzuchtig geven en liefde, buiten mijzelf, zal ik nergens bang voor zijn. Het zou kunnen dat ik, als ik buiten mijzelf treed, namelijk uit mijn eigen verlangens en gedachten, het idee krijg dat ik niet besta, omdat ik dan geen gedachten en verlangens voor mijzelf heb. Wat heb ik dan wel? Ik heb gedachten over anderen, over alles wat buiten mijzelf bestaat. Misschien is dat wel iets goeds. Daardoor lijd ik ook niet meer. Maar als ik niet lijd, voel ik ook niets meer. Dus het is misschien wel goed dat ik, als ik van mezelf en mijn angsten af ben, vol zal zijn van het lijden van anderen en dat ik dan met die angsten leef. Dan zal ik op die manier kunnen voelen en hen kunnen vervullen.”

Dit betekent, dat al deze gedachten zijn bedoeld zijn om een mens vooruit te duwen. Hij moet er niet vanaf willen, hij moet ze niet vermijden, maar integendeel: alleen maar proberen om ze correct te richten.

Wij worden voortdurend door angst bespeeld, tot aan het einde van de correctie, Gmar Tikkun: óf door angst over onszelf, óf door angst over anderen, afhankelijk van hoe ver mensen van mij af staan over wie ik angst heb, over wie ik me zorgen maak en bij wie ik me betrokken voel, zo wordt het niveau van een mens gemeten.

In welke zin? Als wij zeggen dat alles in één enkel systeem met elkaar verbonden is, denk ik aan degenen die het dichtst bij me staan, omdat ik van hen afhankelijk ben en ik denk ook aan hen die ver van me af staan, niet omdat ik van hen afhankelijk ben, maar omdat ik eenvoudigweg denk aan het systeem en het misschien ook aan de Schepper, omdat ik Hem al kan beïnvloeden via dit systeem. Ik kan het systeem naar een staat brengen waarin Hij onthuld kan worden en zo kan ik Hem vreugde brengen, etc. Dit betekent dat ik een actieve partner word die meewerkt aan Zijn werk in de wereld.

Er zijn altijd zorgen en angsten, er is altijd lijden en dat is goed. Door de intensiteit ervan meet ik mijn niveau, mijn spirituele groei: in de mate waarin ik de angst transformeer tot vooruitgang.

Denk echter niet, dat je angsten volkomen veranderen als je spiritueel groeit. De meest simpele, aardse angsten kunnen aan je gegeven worden, hoewel je je misschien op een hoog spiritueel niveau bevindt.

Dit gaat door tot je volledig gecorrigeerd bent. Hoe kan een mens anders dan door angsten verder komen? Angst is een gevoel van een onvervuld verlangen.

From a “Talk During the Meal in Toronto” 6/19/12

Niets Anders Willen Dan Belangeloos Geven

Dr. Michael LaitmanBaal HaSulam, Shamati, artikel 30: “Het belangrijkste is niets anders te wensen dan belangeloos te geven vanwege Zijn Grootheid, want elke vorm van ontvangen is een onvolkomenheid. Het is onmogelijk om niet te ontvangen, het enige is om vast te houden aan het andere uiterste, namelijk geven.”

Wij bevinden ons in één enkele staat: in het kennisveld dat behoort tot de eigenschap van geven. Alleen dit krachtveld bestaat, de kracht daarvan is de kracht van belangeloos geven. Zo wordt het veld aan ons onthuld.

In deze kracht ligt de oorsprong: abstracte vorm en essentie. Wat wij bereiken is, zoals Kabbalisten het ons zeggen, het krachtveld dat gekarakteriseerd wordt door belangeloos geven.

Om onafhankelijk te kunnen bestaan in dit veld, werden wij met een tegengestelde kracht geschapen, met de kracht van ontvangen. Als een mens alleen waarneemt wat door zijn of haar natuur bepaald wordt en zichzelf niet verandert, voelt hij in dit verenigde veld de werkelijkheid die wij ‘deze wereld’ noemen. Een ieder kan dit beeld in zichzelf opnemen en van daaruit leven. Deze wereld wordt denkbeeldig genoemd, omdat wij niet voelen wat er werkelijk buiten ons bestaat, het is alsof wij vanuit onbewustheid leven en een droom zien via de trillingen van een denkbeeldige waarneming.

In deze droom zijn we ons aan het ontwikkelen naar steeds meer ontwaken en bewustzijn. Onze hele evolutie, onze hele geschiedenis, gaat over dit proces.

Hoe kunnen wij de eeuwige, ware werkelijkheid voelen waarin wij eigenlijk bestaan? Hoe komen wij tot onderzoek naar dit veld van de hogere Kracht die ons heeft geschapen, ons ondersteunt, ons beïnvloedt en ons steeds verder ontwikkelt, zodat wij ons kunnen gaan verbinden met dit veld?

Er zijn twee wegen:

1. De eerst weg wordt ‘het pad van lijden’ genoemd: of wij het willen of niet, onder de invloed van het veld van geven blijven wij ons ontwikkelen en wij zullen komen tot de kennis van de Ene die ons bestuurt, beïnvloedt, ontwikkelt en gidst. Lijden zal ons ertoe dwingen om bij de wortel te komen van de oorzaak ervan en wij zullen ontdekken dat wij lijden door Hem, omdat Hij op deze manier invloed op ons uitoefent.

Dan moeten wij Hem wel leren kennen, dichter naar Hem toekomen, omdat wij verlangen dat Hij ons op een andere manier bestuurt. En wij zullen, zoals de eerste Kabbalisten, door lijden dit veld ontdekken, deze Kracht die op ons inwerkt en die wil, dat wij eraan gelijkvormig worden door ons met elkaar te verbinden. Dit is de wet van de gelijkvormigheid van eigenschappen.

Waarom is dit noodzakelijk? Omdat wij hierdoor gelijkvormig worden aan Hem: eeuwig, heel en perfect, tegelijkertijd blijven we onafhankelijk. Als wij in Hem zouden zijn, volledig onder Zijn bestuur, lijkt het alsof we niet eens bestaan. Maar er is een polariteit in onze ontwikkeling: in ons groeit een kracht die tegengesteld is aan het veld van geven, en tegelijkertijd moeten wij aan onszelf werken om gelijkvormig te worden aan Hem.

2. Als wij het pad van lijden niet willen volgen, maar het pad van Licht, onder de goede invloed van het veld van geven, ontdekken we een eenvoudige wet: om onafhankelijk te blijven, moeten we aan dit Licht vragen om alle veranderingen die samengaan met onze groei. Als ik vraag en het veld mijn vragen beantwoordt, bestaat er geen probleem in verband met onafhankelijk blijven, omdat ik nu gelijkvormig ben aan Hem. Ik vraag zelf, tegen mijn eigen verlangen in, of het veld mij wil veranderen.

Op deze manier verenig ik in mijzelf, in de loop van mijn ontwikkeling, twee krachten:

• De kracht die tegengesteld is aan dit veld: het veld is volkomen gericht op geven, terwijl ik volkomen gericht ben op ontvangen.

• De vorm van geven, waarin ik mijn kracht van ontvangen kleed.

In mij is de kracht van ontvangen, het wrede egoïstische verlangen, dat alleen uit is op persoonlijk gewin, en daar bovenuit kleed ik mijzelf in de tegengestelde vorm: de kracht van geven en liefde. Maar hoe kan ik weten hoe ik moet vragen om de kracht van geven? Uiteindelijk weet ik niet eens wat het is. Wat ik me ook maar voorstel, al mijn gissingen zijn gebaseerd op de kracht van ontvangen en maken het mij onmogelijk om werkelijk om veranderingen in mijzelf te vragen. Alles waarom ik vraag is gebaseerd op mijn eigen natuur en zal altijd gaan over ontvangen, soms verborgen of gecamoufleerd, maar toch over ontvangen.

Hoe kan ik aan dit veld vragen om mij werkelijk de kracht van geven te schenken, zodat ik deze kracht in mij kan gaan ontdekken, evenals de kracht van ontvangen, zodat ik twee krachten in mij heb, de ene tegengesteld aan de andere?

Daarvoor hebben wij een bijzondere wijze van bestaan gekregen: wij ervaren dat wij leven in een wereld, die vol mensen is zoals wij. Als ik het verlangen wil verkrijgen dat op geven gericht is, een vraag naar geven, kan ik mij met anderen verenigen, met ten minste één ander mens. Het kleinste meervoud is twee. Kabbalisten zeggen echter, dat het beter is als we minstens met z’n tienen zijn, omdat dit een afgeronde hoeveelheid is. Ik moet mij met hen gaan verenigen om het verlangen om te geven te bereiken.

Hoe kunnen wij ons met elkaar verenigen? Kabbalisten die de methode hebben ontdekt, leggen dit ook uit: ik moet bij hen gaan zitten, samen eten en drinken, met hen studeren en het belangrijkste is: de intentie vasthouden. Wat wil ik hierdoor bereiken? Het is belangrijk om niet te vergeten dat het mijn intentie is om het verlangen om te geven te bereiken. Baal HaSulam schrijft daarover: “Het belangrijkste is om niets anders te willen dan belangeloos te geven.”

Het blijkt dat ik met mensen werk, die naar hetzelfde verlangen, we zijn met elkaar in één groep en er is iemand die ons onderwijst. Hoe dit allemaal zo gelopen is, weten wij niet, het lijkt toeval. Maar in werkelijkheid brengt datzelfde veld ons bij elkaar, op dezelfde manier als een elektromagnetisch veld ijzervijzel langs de lijnen van evenwicht plaatst. In de ‘Inleiding tot de Studie van de Tien Sefirot’ schrijft Baal HaSulam, dat de Schepper een mens naar de groep brengt en zegt: “Dit is voor jou, neem het aan. Hier ligt jouw vrije keus.” De keus wordt alleen versterkt door de vrienden op het pad van het verlangen om te geven. Wij kunnen dat verlangen zelf niet bereiken, omdat de Schepper dat verlangen is. Maar we moeten met elkaar naar dit verlangen uit zien en er dan de behoefte aan voelen. Ik zal in mijn hart gaan voelen, dat ik dit geven mis en dat ik een gever wil worden.

Waarom wil ik dit? Dat zelfs weet ik niet. Het ontstaat, na lange tijd, misschien wel na tien jaar. Daar hebben wij dit leven voor gekregen. Langzaamaan komt er in het hart van een mens een verlangen en een behoefte naar de eigenschap van geven.

Alles staat hier onder de invloed van de eenvoudige ‘natuurkunde van krachten’: hoe krachtiger mijn hart de behoefte ervaart om te komen tot geven, hoe krachtiger het veld van geven mij beïnvloedt. Zo komen we er dichterbij: ik vanuit mijn behoefte aan geven en deze kracht vanuit de invloed ervan die op mij gericht is. Het resultaat ervan is, dat wij elkaar beginnen te voelen en er ontstaan innerlijke veranderingen in mij: aan de natuurlijke kracht van ontvangen wordt in mij een kracht van geven toegevoegd, deze komt in mij tevoorschijn.

Zo wordt er een correcte vorm ontwikkeld: een ontvangend verlangen en een gevend verlangen naar buiten toe: de vorm van een mens (Adam), gelijkvormig (domeh) aan de Schepper. Zijn verlangen naar ontvangen, de ‘scheppingsmaterie’, blijft bestaan en daar overheen wordt dit bedekt met een gewaad, een ‘omhulsel’, een verlangen om te geven.

Allereerst is er in mij de behoefte aan willen geven en als dit verlangen een zeker spanningsniveau in mijn hart bereikt heeft, beïnvloedt het veld mij door inductie, zo wordt ik in de kracht van geven ingeleid.

Tenslotte kleedt deze kracht zich in mij en ik word een soort voelende ‘sonde’, een ‘sensor’ voor dit veld. Stel je voor, dat ik in mij tien gram van het verlangen om te geven heb ontvangen. Allereerst ben ik nu hierdoor geboren, met andere woorden: ik begin het veld te voelen dat mij omringt. Ik voel dat ik erin leef, ik voel de eigenschappen ervan, de houding van dit veld naar mij en mijn houding naar dit veld. Naast het fysieke niveau waarop ik nu leef, krijg ik verbinding met dit veld op een ander niveau: de spirituele wereld en alleen zo bereiken we de Schepper.

Dit veld bevat alle informatie over het verleden, het heden en de toekomst, over alles wat er met mij en met de hele wereld gebeurt. Een mens die in verbinding blijft met dit veld, gaat begrijpen hoe hij er op de juiste manier contact mee kan maken en wat hij van dit veld kan vragen. Door dit veld bevinden wij ons in een enorme stroom van informatie, die de hele werkelijkheid vult. Hier leren wij wie de Schepper is, wat dit veld is, hoe we ermee in contact kunnen komen en hoe we met het hele systeem te werk moeten gaan. Zo stijgt een mens steeds hoger en wordt hij meer en meer opgenomen in de spirituele wereld. Dit alles komt alleen van het verlangen om te geven, dat hij in zichzelf heeft ontvangen vanuit dit veld.

Terugkomend op het verlangen om te geven, er is een voorwaarde aan verbonden: een mens moet ernaar verlangen om een gever te worden. En wie zouden dat willen? Speciale mensen, met een punt in het hart, dat wil zeggen: met een zwakke lading die hen richt naar het veld van geven waar zij deel van uitmaken.

En de anderen dan? Anderen kunnen daar niet naar streven. Zij kunnen, zoals de eerste Kabbalisten, het veld alleen ontdekken door middel van het pad van lijden en tegenslag, van angst en onbegrip ten opzichte van de oorzaak van wat er gebeurt, en in het algemeen door de vraag naar de zin van het leven.

Naarmate we deze situatie naderen, komen we bij het huidige punt in de geschiedenis. Het pad van lijden van de wereld is nu enigszins onthuld. Veel mensen, misschien wel alle zeven miljard, stellen al vragen zoals: “Waar leven we voor? Wat is de zin van het leven? Waarom lijden we zo?” Deze vraag die van hen komt, kunnen we niet beantwoorden. Bovendien weten zij niet wat zij met dit lijden aan moeten. Zij begrijpen en voelen alleen deze wereld.

Hier komen we bij het verschil met de mensen met een punt in het hart. Wij moeten voor anderen worden wat de Schepper voor de schepping is. Wij zijn namelijk in staat om hen te verbinden met het veld van geven en dit is onze opdracht, Baal HaSulam beschrijft het in het artikel: ‘Arvut’ (Verantwoordelijk zijn voor Elkaar). Daarom worden wij ons en masse bewust van de hogere Kracht, en anderen ontvangen dit bewustzijn van ons. Dit is ons werk.

Dus: “het belangrijkste is niets anders te willen dan belangeloos te geven.” Wij kunnen hiernaar verlangen vanuit bewustzijn en inzicht, omdat aan ons een klein deeltje is gegeven, een vonkje van dit veld en met de hulp daarvan kunnen we onze koers bepalen en streven naar dit veld, met het doel om het te onthullen. Door onze vonken met elkaar te verenigen, zullen wij in staat zijn om aan het veld de kracht van geven te vragen. Anderen zijn hier echter niet toe in staat, zij hebben onze leiding nodig.

From the 1st part of the Daily Kabbalah Lesson 6/21/12, Shamati #30

Elke Vriend Is Kostbaar

Dr. Michael LaitmanOm het Licht enigszins te kunnen ervaren moeten we oefenen, en oefenen is alleen mogelijk in de groep. Voorbeeld: een danser begint met mij verschillende bewegingen uit te voeren. Een stap naar voren, een stap naar achteren, een rondje draaien, enz. De groep staat voor mij en ik kan hen voelen, met hen werken en zo verder komen.

Ja, dit is heel onaangenaam voor mijn egoïsme, want ik moet telkens weer voorrang geven aan de groep in plaats van aan mezelf, maar dit brengt mij tot deze ‘tango’. Vrienden laten hun verlangen horen en ik moet hen daarin volgen. Zoals er staat geschreven: “Cijfer je verlangen weg voor Zijn verlangen”. Ik leer hoe ik mijn hoofd moet buigen, het verlangen van de groep moet accepteren als mijn leidende partner en tot samenwerking komen, tot eenheid met de vrienden. Ik begin te voelen wat zij verlangen. Het blijkt dat mijn danspartner betrouwbaar is, dichtbij, toegewijd en oprecht. Ik werk voor hem en hij werkt voor mij. Dan ontstaat er vanuit onze eenheid een echte groep.

De ‘groep’ betekent: één enkel verlangen van vrienden om met elkaar verenigd te zijn. Er bestaat geen ‘ik’ of  ‘zij’ in dit verlangen dat onder ons geboren is, maar er is één geheel, een nieuwe werkelijkheid, niet de verbinding zelf, maar het resultaat ervan.

Dit is de spirituele vrucht die uit de baarmoeder van de moeder is gekomen. Daarin nemen wij de Ene waar en het Licht, de Schepper wordt erin onthuld, in dat verlangen waaraan wij geboorte hebben gegeven, wat wij gecreëerd hebben, wat wij hebben bereikt door één geheel te worden. Er kan geen verdeeld veelvoud bestaan, maar alleen eenheid regeert.

Baal HaSulam schrijft hierover in Brief 13: Naast de grote kracht die erin verborgen is, moeten jullie weten dat er vele vonken van heiligheid in elk van de vrienden aanwezig zijn. Als je al deze vonken bijeenbrengt op één plek, als broeders in liefde en vriendschap, bereik je in dat uur ongetwijfeld een heel verheven intensiteit van het niveau van heiligheid.

Een mens kan zich op verschillende manieren opgenomen voelen in de groep, dit kan in golven komen en gaan, van harte of slechts ten dele van harte. Toch heeft een ieder van ons een uniek deeltje van het Licht, dat hem uit de bodem van deze wereld trekt en daarom moeten wij waardering hebben voor iedereen. Dit geldt trouwens in gelijke mate voor mannen en vrouwen.

Onze lichtvonken zijn een werkelijk geschenk van Boven. Een mens wordt menselijk (Adam) genoemd als dit lichtvonkje hem trekt naar gelijkvormig (Domeh) worden aan de Schepper. Als hij geen lichtvonk heeft, behoort hij nog tot het ‘dierlijke’ niveau.

Wij spreken hier niet over onbekwaamheid. Sommige mensen krijgen nu eenmaal de ‘dubbele’ taak om eerder geboren te worden dan anderen en anderen te helpen om spiritueel geboren te worden. Zij vormen het hoofd van de mensheid en moeten hen vooruit leiden.

Daarom moeten wij begrijpen dat iedere vriend een speciale wijze van denken en voelen van Boven heeft ontvangen, van het Licht dat in hem gekleed is. In zijn ziel, in zijn spirituele wortel, is iets heel speciaals dat in hem geplaatst is, op die manier is hij dichtbij het Licht en ontvangt hij zijn taak.

Natuurlijk verheft hij zich niet op een egoïstische manier boven de mensheid. Wij respecteren de vriend omdat er aan hem een speciale taak is gegeven om te dienen. Wij kijken niet op anderen neer, want deze opdracht is niet van ons afhankelijk.

Daarom moeten wij iedere vriend respecteren. Hij werd door Boven, door het Licht, uitgekozen om mijn partner te worden. Zonder hem kan ik niet geboren worden, en de mensheid evenmin.

From the Miami Convention 6/23/12, Lesson 1