Tag Archives: geven

De Eeuwigdurende Dans

Dr. Michael LaitmanIk ben er heel blij mee, dat we de grootheid van de altruïstische Kracht beginnen te begrijpen door middel van onze onderlinge verbinding, want dit is, in het algemeen gesproken, de enige manier om ermee te leren omgaan. Dit gebeurt als we samenkomen in de groep en min of meer gaan proberen om de staat van geven, liefde en onderlinge verbinding opnieuw in het leven te roepen en te verspreiden. Als we voor elkaar garant staan, in gezamenlijke eenheid, gaan we langzamerhand voelen wat de verbinding in dit samenzijn ons kan geven en hoe ongewoon het is.

Op basis van wat ik uit de praktijk weet, denk ik dat het het allerbelangrijkste is om iets onaards te voelen, iets speciaals, wat in een mens naar bovenkomt. In dat gevoel gaat zich die eigenschap vormen, die voorheen onbekend was. Men weet dat het alleen mogelijk is in de verbinding met anderen.

Dan kan het gebeuren, dat deze eigenschap langzamerhand weer verdwijnt, als in een mist onzichtbaar wordt, kracht verliest en in het niets oplost, maar hij blijft wel in de mens opgeslagen, als een zogeheten Reshimo. En een mens wil deze eigenschap opnieuw bereiken, leren kennen, begrijpen, eraan denken. Maar dit is niet genoeg, we moeten deze eigenschap voortdurend in onszelf aanmoedigen en voeden, zoals elk fysiek orgaan groeit en ook elke eigenschap, als we er voortdurend tijd aan besteden. Als we dit bij herhaling doen, laat deze eigenschap nieuwe kenmerken zien, nieuwe verbindingen, het wordt anders dan voorheen. Als we deze eigenschap uit het donker, waarin hij verdwenen was, tevoorschijn laten komen, ontdekken we nieuwe dimensies.

Daarom liggen er nog niet eerder ontdekte wegen, niveaus en staten voor ons. Op dit pad zullen we zeker veel overwinningen behalen en hogere staten beleven, maar ook teleurstellingen en – zoals het dan lijkt – verlies. Vanuit dit alles zullen wij – door onze voortdurende inspanning, met behulp van een aantal workshops en conventies – een punt bereiken, waarop deze Kracht, die zich in ons zal openbaren, zo duidelijk voelbaar zal worden en binnen ons bereik zal komen, dat wij er zeggenschap over zullen hebben. We zullen een wederzijdse wisselwerking gaan ervaren en hetzelfde gevoel hebben als twee partners, die elkaar aanvoelen tijdens een dans.

Ik hoop dat we bij de volgende conventie, en misschien zelfs eerder, de staat zullen bereiken van deze onderlinge wisselwerking tussen de mens, de Kracht van geven en de kracht van ontvangen (de mens is de middellijn). Het is volkomen afhankelijk van de mate van intensiteit, waarmee wij in onszelf de staten kunnen ontwikkelen die we nu hebben beleefd en of we eraan vasthouden. Alles ligt dus voor ons open.

From a Virtual Lesson 9/23/12

Een Gebed Voor Het Onbereikbare

Dr. Michael LaitmanHet verschil tussen onze handelingen is alleen of ze wel of niet naar de Schepper leiden. Wij kunnen de Schepper niet onthullen voordat iedereen met elkaar verbonden is ten behoeve van het algehele welzijn van een ieder, een verbondenheid waarin geen enkel onderscheid bestaat.

Ik moet voelen dat ik als individu niet meer besta, het enige wat ik doe is deze handelingen uitvoeren en ik denk niet aan mezelf. Ik zie of weet niet eens wat ik doe. Dat heb ik ook niet nodig, want anders zou ik gaan genieten van mijn verdiensten en naar manieren gaan zoeken om te laten zien hoe goed ik alles doe.

Dit geeft enigszins weer wat geven is. Natuurlijk is het niet mogelijk om zulke eigenschappen te bereiken. Als we voor onszelf een en ander duidelijker krijgen, ontdekken we dat geven onbereikbaar is en we beginnen ons er langzamerhand van bewust te worden dat het ergens van buitenaf naar ons is toegekomen.

Hoe meer wij het proberen, hoe meer we zien dat we niet kunnen geven en op die manier wordt het duidelijker dat alleen de hogere Kracht ons kan helpen, want het is iets onwerkelijks. Dan smeken wij Hem of het mag gebeuren, dit is al een gebed.

From a Talk before the Unity Convention 9/20/12

Over De Schepper In De Meest Eenvoudige Woorden

Dr. Michael LaitmanDe wijze waarop alle schepselen met mij omgaan, noemen we de Schepper. Waar kan ik Hem onthullen? In mijn houding naar hen toe!

Wanneer zal ik Hem onthullen? Als ik met hen omga vanuit liefde en belangeloos geven.

Wat zal ik dan van hen gaan ontdekken? Dat zij onafscheidelijke delen van mij zijn, die zinvol zijn voor mij en die ik nodig heb. Er bestaat niets in de wereld dat mij zou kunnen beschadigen of vijandelijk naar mij is.

Dit wil zeggen dat ik ontdek dat alle schepselen ofwel met mij omgaan vanuit geven om te geven – waarover geschreven staat: “Wat jij verafschuwt, doe dat je naaste niet aan” – ofwel vanuit ontvangen om te geven, namelijk vanuit: “Heb de ander lief zoals jezelf”. In essentie is dit de houding van de Schepper naar mij toe, Hij brengt al deze manieren van omgang met elkaar als het ware naar het hoogste niveau.

From the 3rd part of the Daily Kabbalah Lesson 8/8/12, The Study of the Ten Sefirot

De Taak Van De Groep Is Het Ontdekken Van De Schepper

Dr. Michael LaitmanIk zou willen zeggen dat de belangrijkste en enige taak van de groep eruit bestaat, dat ik in mijn ogen het belang van de eigenschap van geven groter maak. Er zijn veel artikelen die daarover spreken. Die eigenschap moet ik verkrijgen en ernaar verlangen, maar ik kan dat niet zelf, want ik ken deze eigenschap niet, ik heb dus een of andere bron buiten mij nodig, die mij impulsen geeft in die richting.

Dus de taak van de groep bestaat eruit om in mij de eigenschap van geven, de grootheid van de Schepper, belangrijk te maken.

Om de Schepper te ontdekken moeten wij voor Zijn onthulling een plaats bereiden. Nu is de plaats van onze onderlinge verbinding egoïstisch, dus de Schepper is daarin verborgen. Daarom noemen wij onze wereld, de staat waarin wij ons bevinden: de verborgenheid van de Schepper.

Om Hem te onthullen moeten wij met elkaar eigenschappen van geven creëren die met Hem overeenstemmen. De plaats voor de onthulling van de Schepper bestaat uit altruïstische verbindingen, uit de eigenschappen van geven aan elkaar. Zij worden allereerst in de groep onthuld, daar kunnen wij ze ontwikkelen door voortdurend de eigenschap van geven belangrijk te maken en er zo de aantrekkingskracht van te gaan voelen.

Deze eigenschap wordt oorspronkelijk Shechina genoemd, de betekenis hiervan is: de plaats voor de onthulling van de bewoner (Shochen in het Hebreeuws). De wortel van het woord Shechina (in het Hebreeuws) betekent: een plaats om te wonen (Mishkan), een kli (vat).

From the Kharkov Convention “Uniting to Ascend” 8/18/12, Workshop 4

Staande Blijven Bij De Onthulling

Dr. Michael LaitmanAls er verborgenheid is heb ik maar één keus: mij de grootheid voorstellen van de Hogere die mij bestuurt en al mijn staten bepaalt. De Hogere doet zich opzettelijk voor als klein om de lagere de gelegenheid te geven om te werken.

Als de Schepper, de hogere Kracht die alles in Handen heeft, wordt onthuld, zal er geen ruimte meer zijn voor mijn ‘geloof’, namelijk geven, omdat ik dan zal zien dat alles in Zijn Handen is en dan heb ik niets meer om voor te werken. Daarom vraag ik om verborgenheid.

Ik begin de verborgenheid te waarderen, omdat ik in Zijn verborgenheid leef. Als Hij is onthuld verdwijn ik. Als de Schepper is onthuld verdwijn ik totaal, want dan voel ik dat Hij alles bestuurt en bepaalt en dat ik niets doe, alsof ik niet besta.

Als de Schepper verborgen is heb ik de mogelijkheid om mij in te spannen, om te werken, kracht te zoeken. Het is duidelijk dat ik van Hem kracht krijg, maar ik voel ook dat ik besta omdat ik leer om de verborgenheid te overstijgen en ik iets in mijzelf aan het bouwen ben. Dit is de eerste stap.

Als ik mijzelf eenmaal in die vorm kan bouwen in de verborgenheid waar ik naar vroeg voor mijzelf, en ik mijzelf kan opheffen naar de complete, spirituele Partzuf, bereik ik Galgalta veEynaim, de complete verlangens naar geven. Dan kan ik aan de Schepper vragen of Hij zich wil gaan onthullen.

Dan zal ik, zelfs als Hij is onthuld, niet verdwijnen, omdat ik al in de geestelijke wereld besta en ik vanuit mijzelf kan toevoegen aan Zijn onthulling, alsof Hij verborgen blijft. Ik laat mijn onafhankelijkheid zien, ondanks Zijn onthulling. Nu stoort Zijn onthulling mij niet, in tegendeel, ik ontvang daardoor extra mogelijkheden om te werken. Uiteindelijk kan ik, ondanks het feit dat de Schepper is onthuld, overeind blijven zonder mij voor Hem weg te cijferen. Dit wordt genoemd: ontvangen ten behoeve van geven, het niveau van liefde.

From the 2nd part of the Daily Kabbalah Lesson 8/29/12, Writings of Rabash

Een Vicieuze Carrousel Van Succes

Dr. Michael LaitmanVraag: Welke aandachtspunten zijn er nu belangrijk voor onze groep om het volgende niveau te bereiken?

Antwoord: Het belangrijkste is het juiste gebruik van de twee krachten, de twee uitersten. Enerzijds staat er geschreven: “En zijn hart zal zich verheugen over de wegen van de Heer”. Want als een mens er niet trots op is dat hij de weg van God volgt, zal hij de egoïstische krachten, de klipot (schillen) niet kunnen weerstaan als hij naar buiten treedt, tegen de wereldopinie in.

Anderzijds, als hij niet bescheiden en nederig is, zal deze trots niet de juiste trots zijn. Daarom moet hij ondergeschikt zijn aan het Licht dat Corrigeert en begrijpen dat alleen het Licht de veranderingen uitvoert en hem het verlangen om te geven kan schenken.

Na ieder succes moet een mens zeggen: “Ik of mijn eigen kracht hebben dit niet gedaan, maar alles werd door Boven gedaan en mijn succes werd vooraf bepaald.” Dus in plaats van een gevoel van trots over wat een mens heeft bereikt en voltooid, moet men er trots op zijn, dat de Schepper hem heeft uitgekozen en hem tot dit niveau heeft verheven, zodat hij er nu gebruik van kan maken om te geven en zo dichter bij de Schepper te komen.

Hij moet het succes niet aan zichzelf toeschrijven, maar in plaats daarvan zich richten op geven.

Zo beginnen we te leren en het succes, dat we bereiken, te gebruiken om op een correcte wijze verder te komen. De staat, waarin we ons nu bevinden, waarin een mens voelt dat hij iets bereikt heeft, kan een grote hindernis vormen voor vooruitgang.

Een mens raakt van het juiste spoor af ten gevolge van denkbeeldige mislukkingen of successen. Dit zijn twee tegengestelde staten. Ten gevolge van falen verliest hij hoop, hij wordt wanhopig, ontsnapt en voelt zich heel erg teleurgesteld. Maar als hij succes heeft staat hij voor een nog groter probleem, omdat het hem nog verder van de Schepper kan verwijderen, zoals er geschreven staat: “Hij en ik kunnen niet in dezelfde woning vertoeven.”

Er zijn mensen die er meer of minder immuun voor zijn. Maar als iemand het belang van het Doel niet vergeet en hij zich zuiver opstelt ten aanzien van het Doel, wordt hij erdoor beschermd. Zo niet, dan kan hij worden verleid door een goede baan, een gerespecteerde naam, een goede reputatie of doordat hij succesvol is in de ogen van anderen. Dan is er geen sprake van een zuivere opstelling, gericht op geven.

From the 1st part of the Daily Kabbalah Lesson 7/26/12, Shamati #219

Het Enige Wat De Schepper Schenkt

Dr. Michael LaitmanVraag: We weten dat we alleen genot van de Schepper kunnen ontvangen als het belangrijk is voor ons. Zelfs als er een muur voor me staat, alles hangt af van hoe belangrijk ik iets vind.

Antwoord: Rabash en Baal HaSulam gebruiken beiden het voorbeeld van de bruid die blij is als er iemand met haar wil trouwen die in haar ogen belangrijk is. Hierdoor lijkt het alsof hij haar ‘koopt’. Maar hij heeft niets betaald, hij heeft haar niets gegeven, waarom is zij dan zo blij? Omdat hij belangrijk is voor haar.

Wat ontvangt ons verlangen van de Schepper? Niets. Maar Hij is groot en wij zijn gereed voor het ‘huwelijk’, wij willen tot in het oneindige met hart en ziel aan Hem toe te behoren, totaal. De Schepper ‘koopt’ je uitsluitend door Zijn grootheid. Dit is het enige wat je verkrijgt als je verder komt en hierdoor word je vervuld.

Waar wil ons verlangen – dat dankzij het Licht is gaan groeien en dat van de Schepper de Kracht van geven heeft ontvangen – van genieten? Het wil alleen van de grootheid genieten en van niets anders. Wij kunnen niet genieten van het plezier zelf, dit gebeurt alleen in onze wereld, met denkbeeldig genot dat van de Schepper komt naar het punt van iets uit niets. Het genot van deze wereld kan voor ons alleen belangrijk zijn tot op het moment dat wij de grootheid van de Schepper gaan begrijpen. Alle spirituele niveaus bestaan uit de erkenning van Zijn grootheid en met Zijn hulp geniet je van wat je aan Hem wilt geven

Daarnaast is er de neiging tot het kwaad, Farao, de poging om alleen maar te genieten, ook weer alleen van de grootheid van de Schepper. Dit heet: spiritueel genot.

Het lijkt alsof grootheid alleen noodzakelijk is om ons ego te overwinnen en dat wij daarna in staat zullen zijn om te genieten van belangeloos geven, maar zo is het niet. Ons gehele werk bestaat eruit om de grootheid van de Schepper in onze ogen te vermeerderen. Hierdoor ontwikkelen we nieuwe verlangens, de nadruk verschuift van het ontvangen van direct, egoïstisch genot naar genot ontvangen door Zijn grootheid, zo bereiken we het begin van de Klipot (schillen) en dit is verre van eenvoudig.

De grootheid van de Schepper overweldigt ons en het is heel moeilijk om van deze gebondenheid los te komen. Uiteindelijk is de gehele schepping de essentie van de treden van de ladder. Als iemand vanaf een hoger niveau iets van zijn grootheid op mij laat schijnen, geef ik mij over, ik raak verslaafd aan de oorsprong, die dan mijn ‘baas’, de ‘koning’ is.

Ik wil echter op een andere manier handelen, bewust en intelligent. Ik wil weerstand bieden aan de invloed die de hogere over mij heeft, ik wil niet omgekocht worden door Zijn belangrijkheid en Zijn kracht.

Dit betekent dat ontvangen van Hem niet het punt is waar het om gaat, maar we hebben moeite met de mate van belangrijkheid. Ik wil niet alleen werken ten behoeve van de hogere, omdat Hij groot is. Op die manier cijfer ik mijzelf zonder enig probleem weg.

Vraag: Betekent dit dat alle Kabbalah boeken en alle eeuwen van ontwikkeling voor maar één ding bedoeld waren: vanuit onafhankelijkheid Zijn belangrijkheid erkennen?

Antwoord: Dat klopt en de moderne wereld is niet bij toeval zo in de war, waarbij niemand begrijpt wat er aan de hand is. Uiteindelijk draait alles om dat ene punt van volledig aan Hem toebehoren.

Vraag: Maar er is niets belangrijkers op deze wereld. Ik maak dit niet op een kunstmatige manier belangrijk. Zijn alle werelden en alle niveaus alleen hiervoor bedoeld?

Antwoord: Zij werden geschapen als het resultaat van het Licht dat het verlangen vervulde en het verschillende vormen gaf. Waarmee vervult de Schepper ons? Wat voor genot ontvangt Hij door het schepsel zo geschapen te hebben, dat het alleen hiernaar verlangt? En verder, heeft de Schepper nog meer dan de Kracht van geven? Nee. Hij schiep mechanismen voor waarneming in het schepsel, niveaus die speciaal bedoeld zijn voor deze Kracht van geven, het belang hiervan is bepalend voor onze ontwikkeling.

Waar is het genot dat Hij voor mij bereid heeft? Waar zijn alle heerlijkheden die de gastheer – volgens het bekende voorbeeld – heeft bereid?

Er is totaal geen genot aanwezig op de manier zoals je het denkt. Er zijn geen lekkernijen, al lijkt het zo, dit is een illusie. In onze wereld ben je op verkeerd genot uit, je verslindt alles wat lekker is, maar je wordt er niet door vervuld. Laat de illusies dus los en ga de niveaus van de grootheid van de Gever onderscheiden. Dan begin je alles te bekijken vanuit de beperkingen van je waarneming.

Nu kunnen we misschien begrijpen wat er bij de eerste restrictie gebeurde. Malchut ging zichzelf beperken toen het ontdekte dat het ontving van de Gever, het ontdekte de kloof tussen de ontvanger en de Gever, maar niet tussen de honger en alle heerlijkheden. De grootheid van de Gever trekt mij uit mezelf. Het gaat mij niet om mijn eigen ‘genot’, maar wel om het genot van de Gever. Als ik ontdek wat Hij geeft en wat ik ontvang, ben ik vervuld van schaamte. Maar niet door de heerlijkheden waar ik van geniet, maar schaamte als ik Zijn grootheid zie in vergelijking met mijn kleinheid.

From the 4th part of the Daily Kabbalah Lesson 7/17/12, “Introduction to The Book of Zohar

Waarom Ethiek Irrelevant Is

Dr. Michael LaitmanBaal HaSulam: ‘Inleiding tot Het Boek de Zohar’, item 28: … En dan komen we bij een nieuw soort werk, om deze enorm grote wil om te ontvangen in te passen in de vorm van belangeloos geven. Dan wordt het egoïstische verlangen geheeld, omdat het nu gelijkvormigheid verkrijgt …. Slechts voor enige tijd is deze wil aan de Klipot gegeven, om gezuiverd te worden. Maar tenslotte mag het geen ander lichaam zijn.

Er is een verlangen om te ontvangen, geschapen door de Schepper. Dit is niet het verlangen, dat wij allemaal hebben, om ons animale lichaam te onderhouden, maar het is een verlangen dat zich buiten deze wereld bevindt en dat aan ons gegeven is om gecorrigeerd te worden, om onze houding naar anderen te corrigeren.

Alles wat zich buiten onze houding naar anderen bevindt, telt totaal niet mee. Ons ‘animale’ deel wordt gekarakteriseerd door verlangens naar voedsel, seks, familie, geld, respect en kennis. Wat voor vorm dit aanneemt is niet belangrijk, het gaat hier helemaal niet over.

Educatie, cultuur, ethiek en andere waarden, maken alleen deel uit van onze wereld, omdat we denken, dat de manier waarop iemand tegen dergelijke zaken aankijkt hem zal corrigeren omdat hij er een zeker belang aan hecht. Maar vanaf het begin werd er aan ons een duidelijk voorschrift gegeven: “Heb je vriend lief als jezelf”. Het is een universeel principe dat alles omvat. Dit is het enige wat wij moeten corrigeren en het enige waarop wij ons moeten richten, afgezien van alle andere verlangens. Het ‘breken van de kelim (vaten)’ heeft plaats gevonden in de houding naar anderen, juist daar ontdekken we het hogere Licht en gehechtheid door correctie.

Kabbalisten zeggen, dat wij het egoïstische verlangen, dat wij hebben in onze verhouding tot anderen, moeten ontdekken en dat we moeten erkennen, dat ik alles doe ten behoeve van mijzelf, in plaats van ten behoeve van anderen. Alles wordt beoordeeld op basis van mijn verhouding tot anderen en volgens het criterium, dat wij het verlangen om te ontvangen benoemen als de ‘neiging tot het kwaad’, zoals Kabbalisten het definiëren.

Als ik mijn energie inzet voor mijn eigenbelang en niet ten behoeve van anderen, hebben we het over de ‘neiging tot het kwaad’. Nu moet ik deze neiging veranderen in de neiging tot het goede, zodat ik dezelfde energie, hetzelfde verlangen, niet ten behoeve van mijzelf aanwend, maar ten behoeve van anderen. Waarom is dat zo? Omdat wij hierdoor de Schepper vreugde geven.

Op deze manier werk ik, ik vraag om het Licht dat Corrigeert, om de Kracht die mij corrigeert via stijgingen en dalingen. Mijn goede houding naar anderen beschouw ik nu als een ‘stijging’ en als ik mij in een ‘daling’ bevind, zie ik dat ik nog tegen geven aan anderen ben.

Ik blijf dit alles verduidelijken, totdat mijn gehele wil om te ontvangen ‘dood’ is en tot niets meer in staat. Dan kom ik, vanuit de staat waarin ik dood was, weer tot leven en bereik ik de ‘opstanding uit de doden’ en zo bereik ik Gmar Tikkun (de laatste correctie).

Alles vindt dus plaats in mijn verlangen om te ontvangen dat op anderen gericht is: op het individu, op mijn omgeving en over het geheel genomen op de Schepper. Hiervan moeten wij ons heel diep en helder bewust zijn.

From the 4th part of the Daily Kabbalah Lesson 7/9/12, “Introduction to The Book of Zohar

Transformeer Angst Tot Vooruitgang

Dr. Michael LaitmanVraag: Als ik honger heb, bijvoorbeeld, moet ik mijn maag vullen. Wat moet ik beginnen als ik bang ben dat ik dat niet zou kunnen doen, als ik een gebrek aan vervulling voel?

Antwoord: De angst om honger te lijden, om ziek te worden of oud en de angst voor de dood, zijn angsten voor de ondergang van het ego. De angst om niet vervuld te kunnen worden, voor gebrek aan vervulling, bevindt zich al op een hoger niveau, maar het is nog steeds een egoïstische angst. Maar kunnen we er tegen vechten? Waarom werd deze angst aan ons gegeven?

Het is niet mogelijk om angsten te ontlopen, beginnend bij de meest basale angst voor de dood en alle andere angsten waar we ontzag voor hebben. Deze angsten worden aan ons gegeven zodat wij – door ze te ontvluchten omdat wij geen andere keus hebben en doordat we dan ontdekken dat we nergens heen kunnen vluchten en dat er geen compensatie mogelijk is – plotseling zullen beseffen: “Als ik boven deze angsten uitstijg, als ik leef in een systeem van onbaatzuchtig geven en liefde, buiten mijzelf, zal ik nergens bang voor zijn. Het zou kunnen dat ik, als ik buiten mijzelf treed, namelijk uit mijn eigen verlangens en gedachten, het idee krijg dat ik niet besta, omdat ik dan geen gedachten en verlangens voor mijzelf heb. Wat heb ik dan wel? Ik heb gedachten over anderen, over alles wat buiten mijzelf bestaat. Misschien is dat wel iets goeds. Daardoor lijd ik ook niet meer. Maar als ik niet lijd, voel ik ook niets meer. Dus het is misschien wel goed dat ik, als ik van mezelf en mijn angsten af ben, vol zal zijn van het lijden van anderen en dat ik dan met die angsten leef. Dan zal ik op die manier kunnen voelen en hen kunnen vervullen.”

Dit betekent, dat al deze gedachten zijn bedoeld zijn om een mens vooruit te duwen. Hij moet er niet vanaf willen, hij moet ze niet vermijden, maar integendeel: alleen maar proberen om ze correct te richten.

Wij worden voortdurend door angst bespeeld, tot aan het einde van de correctie, Gmar Tikkun: óf door angst over onszelf, óf door angst over anderen, afhankelijk van hoe ver mensen van mij af staan over wie ik angst heb, over wie ik me zorgen maak en bij wie ik me betrokken voel, zo wordt het niveau van een mens gemeten.

In welke zin? Als wij zeggen dat alles in één enkel systeem met elkaar verbonden is, denk ik aan degenen die het dichtst bij me staan, omdat ik van hen afhankelijk ben en ik denk ook aan hen die ver van me af staan, niet omdat ik van hen afhankelijk ben, maar omdat ik eenvoudigweg denk aan het systeem en het misschien ook aan de Schepper, omdat ik Hem al kan beïnvloeden via dit systeem. Ik kan het systeem naar een staat brengen waarin Hij onthuld kan worden en zo kan ik Hem vreugde brengen, etc. Dit betekent dat ik een actieve partner word die meewerkt aan Zijn werk in de wereld.

Er zijn altijd zorgen en angsten, er is altijd lijden en dat is goed. Door de intensiteit ervan meet ik mijn niveau, mijn spirituele groei: in de mate waarin ik de angst transformeer tot vooruitgang.

Denk echter niet, dat je angsten volkomen veranderen als je spiritueel groeit. De meest simpele, aardse angsten kunnen aan je gegeven worden, hoewel je je misschien op een hoog spiritueel niveau bevindt.

Dit gaat door tot je volledig gecorrigeerd bent. Hoe kan een mens anders dan door angsten verder komen? Angst is een gevoel van een onvervuld verlangen.

From a “Talk During the Meal in Toronto” 6/19/12

Niets Anders Willen Dan Belangeloos Geven

Dr. Michael LaitmanBaal HaSulam, Shamati, artikel 30: “Het belangrijkste is niets anders te wensen dan belangeloos te geven vanwege Zijn Grootheid, want elke vorm van ontvangen is een onvolkomenheid. Het is onmogelijk om niet te ontvangen, het enige is om vast te houden aan het andere uiterste, namelijk geven.”

Wij bevinden ons in één enkele staat: in het kennisveld dat behoort tot de eigenschap van geven. Alleen dit krachtveld bestaat, de kracht daarvan is de kracht van belangeloos geven. Zo wordt het veld aan ons onthuld.

In deze kracht ligt de oorsprong: abstracte vorm en essentie. Wat wij bereiken is, zoals Kabbalisten het ons zeggen, het krachtveld dat gekarakteriseerd wordt door belangeloos geven.

Om onafhankelijk te kunnen bestaan in dit veld, werden wij met een tegengestelde kracht geschapen, met de kracht van ontvangen. Als een mens alleen waarneemt wat door zijn of haar natuur bepaald wordt en zichzelf niet verandert, voelt hij in dit verenigde veld de werkelijkheid die wij ‘deze wereld’ noemen. Een ieder kan dit beeld in zichzelf opnemen en van daaruit leven. Deze wereld wordt denkbeeldig genoemd, omdat wij niet voelen wat er werkelijk buiten ons bestaat, het is alsof wij vanuit onbewustheid leven en een droom zien via de trillingen van een denkbeeldige waarneming.

In deze droom zijn we ons aan het ontwikkelen naar steeds meer ontwaken en bewustzijn. Onze hele evolutie, onze hele geschiedenis, gaat over dit proces.

Hoe kunnen wij de eeuwige, ware werkelijkheid voelen waarin wij eigenlijk bestaan? Hoe komen wij tot onderzoek naar dit veld van de hogere Kracht die ons heeft geschapen, ons ondersteunt, ons beïnvloedt en ons steeds verder ontwikkelt, zodat wij ons kunnen gaan verbinden met dit veld?

Er zijn twee wegen:

1. De eerst weg wordt ‘het pad van lijden’ genoemd: of wij het willen of niet, onder de invloed van het veld van geven blijven wij ons ontwikkelen en wij zullen komen tot de kennis van de Ene die ons bestuurt, beïnvloedt, ontwikkelt en gidst. Lijden zal ons ertoe dwingen om bij de wortel te komen van de oorzaak ervan en wij zullen ontdekken dat wij lijden door Hem, omdat Hij op deze manier invloed op ons uitoefent.

Dan moeten wij Hem wel leren kennen, dichter naar Hem toekomen, omdat wij verlangen dat Hij ons op een andere manier bestuurt. En wij zullen, zoals de eerste Kabbalisten, door lijden dit veld ontdekken, deze Kracht die op ons inwerkt en die wil, dat wij eraan gelijkvormig worden door ons met elkaar te verbinden. Dit is de wet van de gelijkvormigheid van eigenschappen.

Waarom is dit noodzakelijk? Omdat wij hierdoor gelijkvormig worden aan Hem: eeuwig, heel en perfect, tegelijkertijd blijven we onafhankelijk. Als wij in Hem zouden zijn, volledig onder Zijn bestuur, lijkt het alsof we niet eens bestaan. Maar er is een polariteit in onze ontwikkeling: in ons groeit een kracht die tegengesteld is aan het veld van geven, en tegelijkertijd moeten wij aan onszelf werken om gelijkvormig te worden aan Hem.

2. Als wij het pad van lijden niet willen volgen, maar het pad van Licht, onder de goede invloed van het veld van geven, ontdekken we een eenvoudige wet: om onafhankelijk te blijven, moeten we aan dit Licht vragen om alle veranderingen die samengaan met onze groei. Als ik vraag en het veld mijn vragen beantwoordt, bestaat er geen probleem in verband met onafhankelijk blijven, omdat ik nu gelijkvormig ben aan Hem. Ik vraag zelf, tegen mijn eigen verlangen in, of het veld mij wil veranderen.

Op deze manier verenig ik in mijzelf, in de loop van mijn ontwikkeling, twee krachten:

• De kracht die tegengesteld is aan dit veld: het veld is volkomen gericht op geven, terwijl ik volkomen gericht ben op ontvangen.

• De vorm van geven, waarin ik mijn kracht van ontvangen kleed.

In mij is de kracht van ontvangen, het wrede egoïstische verlangen, dat alleen uit is op persoonlijk gewin, en daar bovenuit kleed ik mijzelf in de tegengestelde vorm: de kracht van geven en liefde. Maar hoe kan ik weten hoe ik moet vragen om de kracht van geven? Uiteindelijk weet ik niet eens wat het is. Wat ik me ook maar voorstel, al mijn gissingen zijn gebaseerd op de kracht van ontvangen en maken het mij onmogelijk om werkelijk om veranderingen in mijzelf te vragen. Alles waarom ik vraag is gebaseerd op mijn eigen natuur en zal altijd gaan over ontvangen, soms verborgen of gecamoufleerd, maar toch over ontvangen.

Hoe kan ik aan dit veld vragen om mij werkelijk de kracht van geven te schenken, zodat ik deze kracht in mij kan gaan ontdekken, evenals de kracht van ontvangen, zodat ik twee krachten in mij heb, de ene tegengesteld aan de andere?

Daarvoor hebben wij een bijzondere wijze van bestaan gekregen: wij ervaren dat wij leven in een wereld, die vol mensen is zoals wij. Als ik het verlangen wil verkrijgen dat op geven gericht is, een vraag naar geven, kan ik mij met anderen verenigen, met ten minste één ander mens. Het kleinste meervoud is twee. Kabbalisten zeggen echter, dat het beter is als we minstens met z’n tienen zijn, omdat dit een afgeronde hoeveelheid is. Ik moet mij met hen gaan verenigen om het verlangen om te geven te bereiken.

Hoe kunnen wij ons met elkaar verenigen? Kabbalisten die de methode hebben ontdekt, leggen dit ook uit: ik moet bij hen gaan zitten, samen eten en drinken, met hen studeren en het belangrijkste is: de intentie vasthouden. Wat wil ik hierdoor bereiken? Het is belangrijk om niet te vergeten dat het mijn intentie is om het verlangen om te geven te bereiken. Baal HaSulam schrijft daarover: “Het belangrijkste is om niets anders te willen dan belangeloos te geven.”

Het blijkt dat ik met mensen werk, die naar hetzelfde verlangen, we zijn met elkaar in één groep en er is iemand die ons onderwijst. Hoe dit allemaal zo gelopen is, weten wij niet, het lijkt toeval. Maar in werkelijkheid brengt datzelfde veld ons bij elkaar, op dezelfde manier als een elektromagnetisch veld ijzervijzel langs de lijnen van evenwicht plaatst. In de ‘Inleiding tot de Studie van de Tien Sefirot’ schrijft Baal HaSulam, dat de Schepper een mens naar de groep brengt en zegt: “Dit is voor jou, neem het aan. Hier ligt jouw vrije keus.” De keus wordt alleen versterkt door de vrienden op het pad van het verlangen om te geven. Wij kunnen dat verlangen zelf niet bereiken, omdat de Schepper dat verlangen is. Maar we moeten met elkaar naar dit verlangen uit zien en er dan de behoefte aan voelen. Ik zal in mijn hart gaan voelen, dat ik dit geven mis en dat ik een gever wil worden.

Waarom wil ik dit? Dat zelfs weet ik niet. Het ontstaat, na lange tijd, misschien wel na tien jaar. Daar hebben wij dit leven voor gekregen. Langzaamaan komt er in het hart van een mens een verlangen en een behoefte naar de eigenschap van geven.

Alles staat hier onder de invloed van de eenvoudige ‘natuurkunde van krachten’: hoe krachtiger mijn hart de behoefte ervaart om te komen tot geven, hoe krachtiger het veld van geven mij beïnvloedt. Zo komen we er dichterbij: ik vanuit mijn behoefte aan geven en deze kracht vanuit de invloed ervan die op mij gericht is. Het resultaat ervan is, dat wij elkaar beginnen te voelen en er ontstaan innerlijke veranderingen in mij: aan de natuurlijke kracht van ontvangen wordt in mij een kracht van geven toegevoegd, deze komt in mij tevoorschijn.

Zo wordt er een correcte vorm ontwikkeld: een ontvangend verlangen en een gevend verlangen naar buiten toe: de vorm van een mens (Adam), gelijkvormig (domeh) aan de Schepper. Zijn verlangen naar ontvangen, de ‘scheppingsmaterie’, blijft bestaan en daar overheen wordt dit bedekt met een gewaad, een ‘omhulsel’, een verlangen om te geven.

Allereerst is er in mij de behoefte aan willen geven en als dit verlangen een zeker spanningsniveau in mijn hart bereikt heeft, beïnvloedt het veld mij door inductie, zo wordt ik in de kracht van geven ingeleid.

Tenslotte kleedt deze kracht zich in mij en ik word een soort voelende ‘sonde’, een ‘sensor’ voor dit veld. Stel je voor, dat ik in mij tien gram van het verlangen om te geven heb ontvangen. Allereerst ben ik nu hierdoor geboren, met andere woorden: ik begin het veld te voelen dat mij omringt. Ik voel dat ik erin leef, ik voel de eigenschappen ervan, de houding van dit veld naar mij en mijn houding naar dit veld. Naast het fysieke niveau waarop ik nu leef, krijg ik verbinding met dit veld op een ander niveau: de spirituele wereld en alleen zo bereiken we de Schepper.

Dit veld bevat alle informatie over het verleden, het heden en de toekomst, over alles wat er met mij en met de hele wereld gebeurt. Een mens die in verbinding blijft met dit veld, gaat begrijpen hoe hij er op de juiste manier contact mee kan maken en wat hij van dit veld kan vragen. Door dit veld bevinden wij ons in een enorme stroom van informatie, die de hele werkelijkheid vult. Hier leren wij wie de Schepper is, wat dit veld is, hoe we ermee in contact kunnen komen en hoe we met het hele systeem te werk moeten gaan. Zo stijgt een mens steeds hoger en wordt hij meer en meer opgenomen in de spirituele wereld. Dit alles komt alleen van het verlangen om te geven, dat hij in zichzelf heeft ontvangen vanuit dit veld.

Terugkomend op het verlangen om te geven, er is een voorwaarde aan verbonden: een mens moet ernaar verlangen om een gever te worden. En wie zouden dat willen? Speciale mensen, met een punt in het hart, dat wil zeggen: met een zwakke lading die hen richt naar het veld van geven waar zij deel van uitmaken.

En de anderen dan? Anderen kunnen daar niet naar streven. Zij kunnen, zoals de eerste Kabbalisten, het veld alleen ontdekken door middel van het pad van lijden en tegenslag, van angst en onbegrip ten opzichte van de oorzaak van wat er gebeurt, en in het algemeen door de vraag naar de zin van het leven.

Naarmate we deze situatie naderen, komen we bij het huidige punt in de geschiedenis. Het pad van lijden van de wereld is nu enigszins onthuld. Veel mensen, misschien wel alle zeven miljard, stellen al vragen zoals: “Waar leven we voor? Wat is de zin van het leven? Waarom lijden we zo?” Deze vraag die van hen komt, kunnen we niet beantwoorden. Bovendien weten zij niet wat zij met dit lijden aan moeten. Zij begrijpen en voelen alleen deze wereld.

Hier komen we bij het verschil met de mensen met een punt in het hart. Wij moeten voor anderen worden wat de Schepper voor de schepping is. Wij zijn namelijk in staat om hen te verbinden met het veld van geven en dit is onze opdracht, Baal HaSulam beschrijft het in het artikel: ‘Arvut’ (Verantwoordelijk zijn voor Elkaar). Daarom worden wij ons en masse bewust van de hogere Kracht, en anderen ontvangen dit bewustzijn van ons. Dit is ons werk.

Dus: “het belangrijkste is niets anders te willen dan belangeloos te geven.” Wij kunnen hiernaar verlangen vanuit bewustzijn en inzicht, omdat aan ons een klein deeltje is gegeven, een vonkje van dit veld en met de hulp daarvan kunnen we onze koers bepalen en streven naar dit veld, met het doel om het te onthullen. Door onze vonken met elkaar te verenigen, zullen wij in staat zijn om aan het veld de kracht van geven te vragen. Anderen zijn hier echter niet toe in staat, zij hebben onze leiding nodig.

From the 1st part of the Daily Kabbalah Lesson 6/21/12, Shamati #30