Het Licht van de goede daden
Dit is zo omdat het voor elk schepsel een natuurwet is dat alles buiten het eigen lichaam als onwerkelijk en leeg wordt beschouwd.
En elke handeling die een mens verricht om een ander lief te hebben, wordt uitgevoerd met Weerkaatsend Licht en de een of andere beloning die uiteindelijk naar hem terugkeert en hem zelf ten goede komt. Dus een dergelijke handeling kan niet beschouwd worden als “liefde voor anderen”, omdat ze wordt beoordeeld op haar uitkomst. Het is als huur die pas op het laatst wat oplevert.
Het betalen van huur wordt echter niet beschouwd als liefde voor de ander.
Maar een handeling uitsluitend verrichten uit liefde voor anderen, zonder enige vonk van Weerkaatsend Licht of hoop op enige vorm van beloning in ruil daarvoor, is van nature volkomen onmogelijk.
Baal HaSulam, Matan Torah [The Giving of the Torah] [Matan Torah – De Gave van de Torah].
Dit betekent dat men niet moet proberen om zogenaamde “goede daden” voor elkaar te verrichten. Als we dit doen zonder het Licht aan te trekken dat terugkeert naar de bron, is het nog steeds hetzelfde egoïsme en brengt het ons geen stap dichter bij correctie.
Allereerst moeten we ervoor zorgen om het Licht aan te trekken en alleen daarna, juist met de hulp en de kracht van dat Licht handelen. Als ik zonder het Licht handel, laat ik me door mijn egoïsme leiden en verstrik ik me alleen maar verder en wijk ik af van het rechte pad dat naar correctie leidt.
Vraag: Als ik iets wil doen ten behoeve van een ander, wat is dan het verschil of er Licht bij is of niet?
Antwoord: Als je alleen vanuit jezelf handelt, is dat het resultaat van je egoïsme. Ook al lijkt zo’n handeling van buitenaf gezien misschien heel goed en vriendelijk (je helpt misschien iedereen en deelt geschenken uit), maar je moet er wel inspanning voor leveren en energie in steken. Dit betekent dat je een compensatie moet ontvangen; anders zul je niets kunnen doen.
Volgens de wet van behoud van energie moet je aanvullen wat je hebt verbruikt. Deze aanvulling van energie wordt de beloning genoemd die je krijgt omdat je goed doet aan anderen.
Je hebt bijvoorbeeld snoepjes uitgedeeld en in ruil daarvoor eren ze je. De eer is waardevoller voor jou dan de snoepjes, daarom verricht je goede daden en ontvang je een mooie bonus waarvoor het de moeite waard is om te werken. Zo ziet de afweging eruit in iemands verlangen om te genieten.
Maar als je een goede daad verricht door de kracht van de Torah, het Licht, dan denk je helemaal niet aan jezelf, maar alleen aan de mate waarin deze bijdraagt aan de correctie van de wereld, want dit is het verlangen van de Schepper. Daarom doe je alles om de wereld te corrigeren.
Dan mag je misschien het goede van je daden wel zien, namelijk de blijheid die ze de Schepper hebben gebracht. Je zult toestemming krijgen om dit te zien op voorwaarde dat je er geen egoïstisch genot uit put, maar juist een scherm boven dit weten plaatst en je de intentie vasthoudt dat het ten behoeve van geven is.
Blog in het Engels: https://laitman.com/2025/08/the-light-of-good-deeds/
Voor meer informatie: https://www.facebook.com/bnei.baruch.kabbalah.holland
From the Daily Kabbalah Lesson 12/25/15, Writings of Baal HaSulam, “Matan Torah” [The Giving of the Torah]
Related Material:
Advice In Which The Light Is Hidden
Signs Of A True Spiritual Action
A System Of Reception And A System Of Intention
Filed under: Daily Kabbalah Lesson, Spiritual Work | Add Comment →
Discussie | Share Feedback | Ask a question